Hoger beroep van Gerechtshof Leeuwarden, 29 mei 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:29 mei 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof Leeuwarden
SAMENVATTING

Stilzwijgende volmachtverlenging.

 
GRATIS UITTREKSEL

Arrest d.d. 29 mei 2012

Zaaknummer 200.082.126/01

(zaaknummer rechtbank: 111003 / HA ZA 09-572)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

  1. De Tapperij Groningen B.V.,

    gevestigd te Groningen,

    hierna te noemen: De Tapperij,

  2. [appellant 2],

    gevestigd te Groningen,

    hierna te noemen: [appellant 2],

  3. [appellant 3],

    wonende te [woonplaats],

    hierna te noemen: [appellant 3],

    appellanten in het principaal en geïntimeerden in het incidenteel appel,

    in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in voorwaardelijke reconventie,

    hierna gezamenlijk te noemen: De Tapperij c.s.,

    advocaat: mr. M. Schuring, kantoorhoudende te Groningen,

    tegen

    de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

    Groningsche Cricket- en Hockeyclub,

    gevestigd te Groningen,

    geïntimeerde in het principaal en appellante in het incidenteel appel,

    in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in voorwaardelijke reconventie,

    hierna te noemen: GCHC,

    advocaat: mr. M Rademaker, kantoorhoudende te Amsterdam.

    Het geding in eerste instantie

    In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op 23 september 2009 en 8 december 2010 door de rechtbank Groningen.

    Het geding in hoger beroep

    Bij exploot van 31 januari 2011 is door De Tapperij c.s. hoger beroep ingesteld van de genoemde vonnissen met dagvaarding van GCHC tegen de zitting van

    15 februari 2011 en met als conclusie:

    “ te vernietigen de vonnissen waarvan beroep en de oorspronkelijke vorderingen alsnog af te wijzen, geïntimeerde te veroordelen om al hetgeen appellanten uit hoofde van voornoemde vonnissen mochten hebben betaald, terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag(en) van betaling en voorts geïntimeerde te veroordelen in de kosten van beide instanties; een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;”

    De conclusie van de memorie van grieven luidt:

    “Te beslissen overeenkomstig de eis in de appeldagvaarding”

    Bij memorie van antwoord is door GCHC verweer gevoerd en incidenteel geappelleerd met als conclusie:

    “om bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

    IN PRINCIPAAL APPEL

    (i) het vonnis van de Rechtbank Groningen van 8 december 2010, zo nodig onder aanvulling en/of verbetering van gronden, te bekrachtigen;

    (ii) De Tapperij c.s. te veroordelen in de proceskosten van beide instanties;

    IN HET VOORWAARDELIJK INCIDENTEEL APPEL

    waarbij de voorwaarde is dat Uw Gerechtshof tot het oordeel komt dat beide grieven van

    De Tapperij c.s. gegrond zijn, en dit oordeel invloed heeft op de beslissing in het appel:

    (i) het vonnis van de Rechtbank Groningen van 8 december 2010 onder aanvulling en/of verbetering van gronden te bekrachtigen, en voor wat betreft r.o.v. 4.6 te vernietigen.

    (ii) De Tapperij c.s. te veroordelen in de proceskosten van beide instanties.”

    Door De Tapperij c.s. is in het incidenteel appel verweer gevoerd met als conclusie:

    “om bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van de Rechtbank Groningen van 8 december 2010, uitsluitend voor zover het rechtsoverweging 4.6 betreft, zo nodig onder aanvulling en/of verbetering van gronden, te bekrachtigen, met veroordeling van GCHC in de kosten van beide instanties.”

    Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

    De beoordeling

    De vaststaande feiten

  4. De tussen partijen vaststaande feiten, zoals door de rechtbank in haar vonnis van

    8 december 2010 onder 2 (2.1 tot en met 2.18) vastgesteld, zijn niet in geschil. Deze feiten komen, samen met hetgeen overigens is komen vast te staan, op het volgende neer.

    1.1. GCHC is een studentenhockey- en cricketclub te Groningen. De Tapperij exploiteerde onder andere de horecagelegenheid ‘De Tapperij’ aan de

    Grote Markt 36 te Groningen.

    1.2. Sinds 24 april 1997 wordt het bestuur van De Tapperij gevormd door

    [appellant 2]. De bestuurders van deze vennootschap waren vanaf voornoemde datum [appellant 3] en [bestuurder 2] (hierna te noemen: [bestuurder 2]). Op grond van de statuten van [appellant 2] waren [appellant 3] en [bestuurder 2] slechts gezamenlijk bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen. Deze bevoegdheidsbeperking van de bestuurders is ingeschreven in het handelsregister.

    1.3. Op 19 januari 2006 hebben GCHC, namens deze [penningmeester], penningmeester van GCHC, en Café De Tapperij, namens deze [bestuurder 2], een sponsorovereenkomst gesloten voor de periode van 18 januari 2006 tot en met

    21 december 2006. Onderdeel van deze overeenkomst was onder andere dat op maandagavond de zogeheten ‘actieve leden borrels’ van GCHC in

    Café De Tapperij zouden worden...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT