Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Breda, 28 juni 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:28 juni 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Breda
SAMENVATTING

Vordering voorlopige tenuitvoerlegging van vóór 1 april 2012 opgelegde voorwaardelijke straf. Rechter-commissaris acht toepassing van artikel 14fa Sr in dat geval strijdig met legaliteitsbeginsel. Officier van justitie niet-ontvankelijk.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

rc-nummer : 12/966

parketnummer : 02/800598-10

Beschikking van de rechter-commissaris in strafzaken op een vordering voorlopige tenuitvoerlegging als bedoeld in artikel 14fa van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

inzake veroordeelde

naam : [achternaam]

voornamen : [voornaam]

geboren op : [geboortedatum en plaats]

woonplaats : [woonplaats]

adres : [adres]

Het verloop van de procedure

Veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis van 4 juli 2011 veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, met een proeftijd van twee jaar. Daarbij zijn veroordeelde algemene en bijzondere voorwaarden opgelegd. De proeftijd is ingegaan op 19 juli 2011.

De rechter-commissaris heeft kennis genomen van de op 25 juni 2012 ontvangen, niet gedateerde, vordering van de officier van justitie strekkende tot (het toewijzen van) de voorlopige tenuitvoerlegging van voormelde voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden tegen veroordeelde, in verband met de - door de officier van justitie gestelde -overtreding van de bijzondere voorwaarden. Ter onderbouwing van die vordering heeft de officier van justitie een door Reclassering Nederland opgesteld ‘advies (partiële) tenuitvoerlegging’ van 25 juni 2012 overgelegd.

De rechter-commissaris heeft op 25 juni 2012 veroordeelde en zijn raadsman mr. Van de Marel gehoord. De officier van justitie was - hoewel uitgenodigd - daarbij niet aanwezig.

De raadsman heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.

De overwegingen

De vordering van de officier van justitie is gebaseerd op artikel 14fa Wetboek van Strafrecht (Sr), in werking getreden per 1 april 2012. Voormeld artikel geeft de rechter-commissaris de bevoegdheid om - op daartoe strekkende vordering van het Openbaar Ministerie - een voorwaardelijke straf voorlopig ten uitvoer te leggen, in geval er ‘ernstige redenen’ bestaan voor het vermoeden dat sprake is van overtreding van enige gestelde voorwaarde. Het strafbare feit en de daarop gevolgde veroordeling (het vonnis van 4 juli 2011) dateren beide van vóór de inwerkingtreding van artikel 14fa Sr. Om die reden onderzoekt de rechter-commissaris - bij gebreke van een overgangsregeling - ambtshalve of artikel 14fa Sr al dan niet buiten toepassing moet blijven wegens strijd met het legaliteitsbeginsel zoals dat is neergelegd in onder meer artikel 1 Sr en artikel 7 EVRM.

De rechter-commissaris stelt voorop dat betekenis, strekking en reikwijdte van artikel 1 Sr mede...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT