Herziening van Gerechtshof Arnhem, 5 juni 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 5 juni 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem
SAMENVATTING

Gevorderd wordt herroeping van een eerder door het hof gewezen arrest. Dit arrest betrof de aansprakelijkstelling door de Ontvanger van appellant voor naheffingsaanslagen loonbelasting en omzetbelasting. Deze naheffingsaanslagen waren opgelegd aan de vennootschap onder firma waarvan appellant in de periode van 1 januari 1998 tot en met 30 juni 1999 één van de vennoten is geweest. Het hof heeft... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.083.776/01

arrest van de derde kamer van 5 juni 2012

in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats],

eiseres in de procedure tot herroeping,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. C. Hofmans,

tegen:

De Ontvanger van de Belastingdienst Rivierenland,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde in de procedure tot herroeping,

hierna: de Ontvanger,

advocaat: mr. W.I. Wisman.

  1. Het verloop van de procedure tot herroeping.

    1.1 [appellant] heeft bij exploot van 15 februari 2011 de Ontvanger voor het hof gedagvaard en - onder overlegging van producties - gevorderd dat het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het arrest van 13 september 2005 (onder nummer 2003/690 tussen partijen gewezen) zal herroepen en bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vonnissen van de rechtbank Arnhem van 15 januari 2003 en

    7 mei 2003 zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, de vorderingen van de Ontvanger zal afwijzen althans niet ontvankelijk zal verklaren, met veroordeling van de Ontvanger in de kosten van alle instanties. [appellant] heeft in dat verband bewijs aangeboden.

    1.2 Bij conclusie van antwoord inzake de eis tot herroeping heeft de Ontvanger de vorderingen bestreden, bewijs aangeboden en producties in het geding gebracht. Hij heeft geconcludeerd dat het hof [appellant] niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans tot afwijzing van het gevorderde, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding, en met verklaring dat deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad zal zijn, zulks met bepaling dat over die proceskostenveroordeling de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van het te wijzen vonnis c.q. arrest.

    1.3 [appellant] heeft gerepliceerd. De Ontvanger heeft gedupliceerd. De Ontvanger heeft daarbij één productie in het geding gebracht.

    1.4 Daarna hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

  2. De procedure die heeft geleid tot het arrest van 13 september 2005

    2.1 De procedure die heeft geleid tot het arrest van 13 september 2005 betrof de aansprakelijkstelling door de Ontvanger van [appellant] voor naheffingsaanslagen loonbelasting en omzetbelasting, opgelegd over de jaren 1998 en 1999 ten bedrage van

    € 91.738,02 vermeerderd met invorderingsrente (hierna ook te noemen: de aansprakelijkheidsprocedure). Deze naheffingsaanslagen waren opgelegd aan de vennootschap onder firma V.O.F. Totaal Transport Service (hierna: de VOF) waarvan [appellant] in de periode van 1 januari 1998 tot en met 30 juni 1999 één van de vennoten (naast E.T.M. van Hulst) is geweest. Het hof heeft geoordeeld dat [appellant] voor deze belastingschulden van de VOF...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT