Herziening van Centrale Raad van Beroep, July 04, 2012

Datum uitspraak:2012/07/04
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing het verzoek om herziening. In hetgeen door verzoekster bij het verzoek om herziening is aangevoerd, alsmede in de overgelegde verwijzingsbrief en de informatie van de reumatoloog aan de huisarts van 24 april 2012, heeft de Raad geen feiten of omstandigheden kunnen ontdekken die voldoen aan de drie in artikel 8:88 van de Awb omschreven cumulatieve voorwaarden. De Raad moet dan ook... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

11/7466 ZW, 11/7467 WIA, 12/1 ZW, 12/2 ZW, 12/3 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 16 november 2011, 11/4806 t/m 4809 ZW en 11/4810 WIA

Partijen:

[Verzoekster], te [woonplaats] (verzoekster)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 4 juli 2012.

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 16 november 2011.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 mei 2012. Verzoekster is met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. R. Spanjer.

OVERWEGINGEN

1.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

  1. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

  2. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

  3. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.2.1. Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt gevraagd, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 15 juli 2011, 10/296 t/m 10/300, bevestigd.

1.2.2. In de gedingen 11/4806 t/m 4809 ZW is de Raad met de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat verzoekster op de in geding zijnde data van 20 oktober 2008, 29 april 2009, 22 oktober 2009 en 1 december 2009 in staat moet worden geacht haar arbeid te verrichten, zodat per die data geen recht (meer) bestaat op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). De Raad heeft daartoe overwogen dat het Uwv een juiste maatstaf heeft aangenomen voor het begrip “zijn arbeid” als bedoeld in artikel 19, vijfde lid, van de ZW. De Raad heeft verder geoordeeld dat de rechtbank terecht de door haar geraadpleegde deskundige, reumatoloog prof. dr. Sj. van der Linden, in zijn medisch oordeel heeft gevolgd dat verzoekster op de data in geding in staat moet worden geacht haar arbeid te verrichten. De Raad heeft geen reden gezien om aan te nemen dat er gebreken kleven aan het onderzoek door de deskundige of de conclusies die uit het onderzoek voortkomen.

1.2.3. In het geding 11/4810 WIA heeft de Raad geoordeeld...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT