Wraking van Hoge Raad, 13 juli 2012

Datum uitspraak:13 juli 2012
Uitgevende instantie::Hoge Raad
SAMENVATTING

Wrakingsverzoek van wrakingskamer niet-ontvankelijk, en voor het overige afgewezen.

 
GRATIS UITTREKSEL

13 juli 2012

nr. 11/04401

Beslissing

van de Vierde kamer van de Hoge Raad der Nederlanden naar aanleiding van het verzoek om wraking van de hierna te noemen raadsheren in de Hoge Raad, ingediend door X te Z, verder te noemen verzoeker.

  1. De procedure

    1.1 Verzoeker heeft namens belanghebbende, A, beroep in cassatie ingesteld in de zaak die bij de Hoge Raad is ingeschreven onder het nummer 11/04401. Bij brief van 7 juni 2012 is aan verzoeker meegedeeld dat op 15 juni 2012 ter terechtzitting de beslissing in die zaak in het openbaar zal worden uitgesproken. Tevens is daarin meegedeeld dat het arrest zal worden gewezen door de leden C. Schaap, M.W.C. Feteris en Th. Groeneveld.

    1.2 Bij op 9 juni 2012 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker de wraking verzocht van de hiervoor in 1.1 vermelde leden.

    1.3 Voorts heeft verzoeker bij het hiervoor in 1.2 vermelde verzoekschrift de wraking verzocht van G.J.M. Corstens en J. de Hullu, leden van de wrakingskamer. Daartoe heeft hij als gronden voor wraking aangevoerd dat die leden: hun bevoegdheden reeds meerdere malen hebben misbruikt door te stellen dat verzoeker misbruik maakt van het wrakingsinstituut, vooringenomen en corrupt zijn, oordelen op basis van en door middel van strafbare feiten en gecreëerde schijnsituaties, zich schuldig hebben gemaakt aan het misdrijf van art. 364 van het Wetboek van Strafrecht en aan ambts- en machtsmisbruik door regie en rugdekking van en aan zwendel te geven.

  2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het onder 1.3 aangeduide wrakingsverzoek

    De wrakingskamer acht, mede gelet op de behandeling van en de beslissing op eerdere wrakingsverzoeken die verzoeker heeft ingediend met betrekking tot andere bij de Hoge Raad aanhangig gemaakte zaken, het indienen van het onder 1.3 bedoelde wrakingsverzoek op deze gronden, die bestaan uit negatieve kwalificaties zonder dat daarvoor feitelijke gronden worden aangevoerd, kennelijk misbruik van recht. Samenstelling van een nieuwe wrakingskamer kan daarom achterwege blijven. Verzoeker zal in zijn wrakingsverzoek in zoverre niet worden ontvangen.

  3. Beoordeling van het onder 1.2 aangeduide wrakingsverzoek

    3.1 Verzoeker voert in zijn wrakingsverzoek als grond voor wraking van de raadsheren Schaap, Feteris en Groeneveld aan dat de genoemde raadsheren vooringenomen en corrupt zijn, wederom groen licht zullen geven aan strafbare feiten en misbruik van wetgeving die toegepast wordt op gecreëerde schijnsituaties en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT