Hoger beroep kort geding van Centrale Raad van Beroep, May 15, 2001

Datum uitspraak:2001/05/15
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
 
GRATIS UITTREKSEL

98/7418 IOAW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[A.], thans wonende te Turkije, appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ''s-Gravenhage, gedaagde.

  1. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

    Namens appellant heeft mr. F. Koser-Kaya, werkzaam bij (thans) FNV Ledenservice te Rotterdam, op in een aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage op 9 september 1998 tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.

    Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

    Voorts heeft gedaagde bij brief van 27 september 2000 antwoord gegeven op vragen die hen namens de Raad schriftelijk waren gesteld.

    Het geding is behandeld ter zitting van 3 april 2001. Daar is appellant verschenen bij zijn gemachtigde mr. Koser-Kaya voornoemd en heeft gedaagde zich doen vertegenwoordigen door G.R.L. Berkes, werkzaam bij de gemeente ''s-Gravenhage.

  2. MOTIVERING

    Blijkens de gedingstukken heeft gedaagde bij besluit van 5 augustus 1994 aan appellant met ingang van 3 juli 1994 een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) verleend naar de norm voor een alleenstaande; daarbij is in aanmerking genomen dat de echtgenote van appellant in Turkije woont.

    Appellant heeft op 12 september 1995 een aanvraag ingediend om een uitkering ingevolge de IOAW naar de grondslag voor een echtpaar.

    Gedaagde heeft die aanvraag bij besluit van 24 oktober 1995 afgewezen; overwogen is dat de echtgenote van appellant in Turkije woont en op grond van artikel 5, tweede lid, oud, van de IOAW geen recht op uitkering heeft.

    Tegen dat besluit is namens appellant bezwaar gemaakt, waarbij is gesteld dat artikel 5, tweede lid, oud, van de IOAW in strijd is met internationaal recht en daarom buiten toepassing dient te blijven. Gedaagde heeft bij besluit van 29 april 1997 dat bezwaar als ongegrond afgewezen.

    De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep dat appellant tegen het besluit van 29 april 1997 heeft ingesteld, ongegrond verklaard. Naar haar oordeel kan het door appellant gedane appel op bepalingen van internationaal en supranationaal recht niet slagen.

    In hoger beroep heeft appellant zich tegen dat oordeel van de rechtbank gekeerd.

    De Raad overweegt het volgende.

    Ingevolge artikel 5 (oud) - thans artikel 6 - van de IOAW heeft geen recht op uitkering de werkloze werknemer die buiten Nederland woont en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT