Herziening van Rechtbank 's-Gravenhage, Zwolle, 5 maart 2002

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 5 maart 2002
Uitgevende instantie::Zwolle
SAMENVATTING

Bewaring / verzoek om herziening. Verzoeker is op 22 juli 2000 voor de eerste maal in bewaring gesteld. Op 15 augustus 2000 is ten behoeve van eiser een laissez-passer aangevraagd bij de Algerijnse autoriteiten. Nadat de bewaring op 24 augustus 2000 is opgeheven, is eiser op 19 augustus 2001 opnieuw in bewaring gesteld. Vaststaat dat ook na de opheffing van de bewaring op 24 augustus 2000 het... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK TE 's-GRAVENHAGE

Zittingsplaats Zwolle

Vreemdelingenkamer

regnr.: Awb 02/11901, 02/11914 en 02/11928 VRONTO GC

UITSPRAAK

op de verzoeken om herziening als bedoeld in artikel 8:88 Awb

inzake: A,

geboren op [...] 1973,

IND dossiernummer 9410.12.0190,

verzoeker,

gemachtigde: mr. P.H. Hillen,

tegen: DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE

(Immigratie- en Naturalisatiedienst),

te 's-Gravenhage,

verweerder.

1 PROCESVERLOOP

1.1 Op 3 oktober 2001 en 19 november 2001 heeft verweerder de rechtbank in kennis gesteld van het voortduren van de bewaring, bevolen op 19 augustus 2001. Op 18 december 2001 heeft verzoeker zelf beroep ingesteld tegen het voortduren van de bewaring. De drie beroepen zijn bij uitspraak van respectievelijk 22 oktober 2001, 4 december 2001 en 3 januari 2002 ongegrond verklaard.

1.2 Bij verzoekschriften van 11 februari 2002 heeft verzoeker de rechtbank verzocht deze uitspraken te herzien.

1.3 De verzoekschriften zijn behandeld ter zitting van 26 februari 2002. Verzoeker heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder is niet verschenen.

2 OVERWEGINGEN

2.1 Ingevolge artikel 8:88 Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

  1. hebben plaatsgevonden vÛÛr de uitspraak,

  2. bij de indiener van het verzoekschrift vÛÛr de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

  3. zo zij bij de rechtbank eerder bekend waren geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.2 Verzoeker is op 22 juli 2000 voor de eerste maal in bewaring gesteld en op 15 augustus 2000 is ten behoeve van eiser een liassez-passer aangevraagd bij de Algerijnse autoriteiten. Nadat de bewaring op 24 augustus 2000 is opgeheven, is eiser op 19 augustus 2001 opnieuw in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 12 februari 2002, geregistreerd onder Awb 02/7975 VRONTO GC, heeft de rechtbank de opheffing van de bewaring bevolen onder toekenning van schadevergoeding.

Vast staat dat ook na de opheffing van de bewaring op 24 augustus 2000 het onderzoek van de Algerijnse autoriteiten naar aanleiding van het verzoek om afgifte van een laissez-passer is door blijven lopen en dat door verweerder terzake wekelijks is gerappelleerd. Verweerder heeft zulks -na een eerdere expliciete ontkenning ter zitting van 16 oktober 2001- eerst bevestigd bij brief van 7 februari 2002.

2.3 Verzoeker heeft aan het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT