Eerste aanleg - enkelvoudig van Gerechtshof 's-Gravenhage, 31 mei 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:31 mei 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Ongewenstverklaring, vreemdeling verblijft buiten Nederland Ten tijde van het primaire besluit was de Terugkeerrichtlijn nog niet geïmplementeerd en bestond de rechtsfiguur van een inreisverbod niet binnen de Nederlandse wetgeving. Verweerder was dan ook niet bevoegd op grond van de Vw 2000 aan eiser een inreisverbod op te leggen en had slechts de mogelijkheid eiser ongewenst te verklaren. De... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector Bestuursrecht

Zittinghoudende te Amsterdam

zaaknummer: AWB 12/8573

V-nr: 271.834.9307

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 31 mei 2012

in het geding tussen:

[eiser],

geboren op [1984], van Surinaamse nationaliteit, eiser,

gemachtigde: mr. M.I. Vennik, advocaat te Amsterdam

en:

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel,

verweerder,

gemachtigde: drs. J.M. Sidler, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 mei 2012. De zaak is met toestemming van partijen gevoegd behandeld met de zaak geregistreerd onder nummer AWB 12/8572. Eiser is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde.

Met inachtneming van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek ter zitting mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank heeft hierbij aan partijen medegedeeld dat partijen binnen vier weken na verzending van een afschrift van deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Motivering

  1. Eiser is bij besluit van 9 juni 2011 op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000 ongewenst verklaard. Bij het bestreden besluit op het bezwaar van 14 februari 2012 heeft verweerder de ongewenstverklaring gehandhaafd.

    2.1 De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat in het onderhavige geval op grond van artikel 11 van de Terugkeerrichtlijn een inreisverbod had moeten worden opgelegd. Ten tijde van het primaire besluit was de Terugkeerrichtlijn nog niet geïmplementeerd en bestond de rechtsfiguur van een inreisverbod niet binnen de Nederlandse wetgeving. Verweerder was dan ook niet bevoegd op grond van de Vw 2000 aan eiser een inreisverbod op te leggen en had slechts de mogelijkheid eiser ongewenst te verklaren.

    2.2 De omstandigheid dat de implementatietermijn van de Terugkeerrichtlijn reeds was verstreken, maakt ook niet dat eiser een rechtstreeks beroep op artikel 11, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn kon doen. Een particulier kan immers, indien een richtlijn na het verstrijken van de implementatietermijn niet, niet-tijdig of onjuist is geïmplementeerd, slechts een rechtstreeks beroep doen op de bepalingen van de richtlijn die onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn geformuleerd. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT