Voorlopige voorziening van Gerechtshof Amsterdam, 22 maart 2004

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:22 maart 2004
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
SAMENVATTING

Inspecteur weigert al meer dan een jaar om EUR 4,4 miljoen BTW op aangifte terug te geven in afwachting van de uitkomsten van een FIOD-onderzoek naar carrousselfraude. Thans nog geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

UITSPRAAK VAN DE VOORZIENINGENRECHTER ALS BEDOELD IN ARTIKEL 8:84 VAN DE ALGEMENE WET BESTUURSRECHT

inzake: de fiscale eenheid X B.V., belanghebbende,

tegen: de inspecteur van de Belastingdienst P, de inspecteur.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    Bij schrijven van 23 februari 2004 heeft mr. A namens belanghebbende een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend, waarbij hij verzoekt om de inspecteur te gelasten om de verzoeken om teruggaaf van omzetbelasting over de maanden oktober, november en december 2002 ad € 4.422.760 bij beschikking toe te wijzen.

    De inspecteur heeft gereageerd bij schrijven van 12 maart 2004.

    Het verzoek is behandeld ter zitting van 17 maart 2004, alwaar zijn verschenen (..)

  2. Karakter voorlopige voorziening

    Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Bij de vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van de verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.

    Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en is dit niet bindend voor de beslissing in de bodemprocedure.

  3. Feiten en omstandigheden

    3.1. Belanghebbende heeft over de maanden oktober, november en december 2002 tijdig aangiften omzetbelasting ingediend. Volgens die aangiften heeft zij recht op teruggaaf van respectievelijk € 2.325.169, € 1.269.278 en € 828.313, in totaal € 4.422.760, aan omzetbelasting.

    3.2. Op 7 januari, 22 januari en 21 februari 2003 heeft de inspecteur meegedeeld dat nog geen teruggaafbeschikkingen worden vastgesteld in verband met een lopend FIOD-onderzoek en de daarop volgende fiscaal-technische beoordeling van de Belastingdienst. Het FIOD-onderzoek richt zich op carrousselfraude met mobiele telefoons.

    3.3. Op 27 maart 2003 heeft de civiele rechter belanghebbendes vordering tot betaling van voormelde € 4.422.760 afgewezen omdat aan de inspecteur in dit geval een beslistermijn van ÈÈn jaar moet worden gegund.

    3.4. Op 30 december 2003 zijn aan belanghebbende twee processen-verbaal verstrekt. Ook belanghebbende wordt daarin als verdachte aangemerkt. De inspecteur heeft deze stukken op 17 december 2003 ontvangen.

    3.5. Na ommekomst...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT