Voorlopige voorziening van Gerechtshof Amsterdam, March 25, 2004

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2004/03/25
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
SAMENVATTING

Voorlopige voorziening. Connexiteitseis bij ontbreken bezwaar of beroep. Er kan niettemin reden zijn voor een treffen van een voorlopige voorziening, indien een wél aanhangige be-zwaar- of beroepsprocedure een besluit betreft dat kennelijk onrechtmatig is genomen en de vernietiging van dat besluit directe gevolgen heeft voor de onherroepelijk vaststaande aansla-gen waarvoor de schorsing wordt... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

UITSPRAAK VAN DE VOORZIENINGENRECHTER ALS BEDOELD IN ARTIKEL 8:84 VAN DE ALGEMENE WET BESTUURSRECHT

inzake: X te Z, verzoeker,

tegen: de inspecteur van de Belastingdienst P, de inspecteur.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    Bij schrijven van 26 januari 2004 heeft Y namens verzoeker een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend, waarbij hij verzoekt om een tijdelijke schorsing voor de naheffingsaanslagen loonbelasting 1997 en 1998 ten name van A Beheer B.V. en de aanslag inkomstenbelasting/premieheffing (IB/PVV) 1993 ten name van verzoeker, een en ander onder verwijzing naar een lopende beroepsprocedure inzake de (navorderings-)aanslagen IB/PVV 1996 tot en met 1999 ten name van verzoeker.

    De inspecteur heeft gereageerd bij schrijven van 10 februari 2004.

    Het verzoek is behandeld ter zitting van 25 februari (...) en 10 maart 2004 (..).

  2. Karakter voorlopige voorziening

    Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Bij de vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van de verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.

    Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en is dit niet bindend voor de beslissing in de bodemprocedure.

  3. Feiten en omstandigheden

    3.1. Aan verzoeker zijn (navorderings-)aanslagen IB/PVV over de jaren 1996 tot en met 1999 opgelegd die onderwerp zijn van de lopende beroepsprocedure met ken-merk 03/01606.

    3.2. In zijn verweerschrift heeft de inspecteur geconcludeerd tot vernietiging van de navorderingsaanslag over 1996 ad EUR 195.307 en tot ambtshalve vermindering van de oorspronkelijk ambtshalve opgelegde aanslag over 1996 tot een naar een belast-baar inkomen van NLG 1.221 (EUR 554), conform een overgelegd controlerapport.

    3.2. Over de jaren 1997 tot en met 1999 bestaan tussen partijen diverse geschilpun-ten, waaronder de omvang van de als gebruikelijk loon van A Beheer B.V. in aanmerking te nemen bedragen. De inspecteur is vooralsnog uitgegaan van NLG 150.000 per jaar en heeft het aangegeven belastbare inkomen onder meer met die bedragen verhoogd. Tevens zijn te dier zake naheffingsaanslagen loonbelasting...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT