Herziening van Gerechtshof Leeuwarden, 9 februari 2005

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 9 februari 2005
Uitgevende instantie::Gerechtshof Leeuwarden
SAMENVATTING

[eiser] stelt zich op het standpunt dat bedoeld arrest berust op bedrog door [verweerster] in het aan dat arrest voorafgaande geding gepleegd. Bedoeld bedrog zou er in bestaan dat relevante stukken door toedoen van [verweerster] zijn achtergehouden, c.q. dat [verweerster] opzettelijk informatie heeft achtergehouden die tot een voor [eiser] gunstiger afloop van die procedure hadden kunnen leiden.... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

Arrest d.d. 9 februari 2005

Rolnummer 0400034

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats],

eiser in rekest-civiel,

hierna te noemen: [eiser],

procureur: mr S.A. Roodhof,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster in rekest-civiel,

hierna te noemen: [verweerster],

procureur: mr P. Stehouwer.

Het procesverloop

Bij exploot van 30 december 2003 heeft [eiser] [verweerster] gedagvaard tot herroeping van het tussen partijen gewezen arrest van dit hof van 23 oktober 2002 gewezen, en wel tegen de zitting van 14 januari 2004.

De conclusie van de dagvaarding van 30 december 2003 luidt:

om het arrest aquo te herroepen en het geding te heropenen, met veroordeling van de vrouw in de kosten van de procedure.

Bij conclusie van antwoord is door [verweerster] verweer gevoerd met als conclusie:

"De vrouw Uw Hof verzoekt de man in zijn vordering te ontzeggen met veroordeling van de man in de kosten van deze procedure."

Vervolgens heeft [eiser] een conclusie van repliek genomen en [verweerster] een conclusie van dupliek.

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De beoordeling

  1. Het hof verwijst naar de inhoud van zijn arrest van 23 oktober 2002, hetwelk aan dit arrest wordt gehecht.

  2. [eiser] stelt zich op het standpunt dat bedoeld arrest berust op bedrog door [verweerster] in het aan dat arrest voorafgaande geding gepleegd. Bedoeld bedrog zou er in bestaan dat relevante stukken door toedoen van [verweerster] zijn achtergehouden, c.q. dat [verweerster] opzettelijk informatie heeft achtergehouden die tot een voor [eiser] gunstiger afloop van die procedure hadden kunnen leiden. Meer concreet stelt [eiser] dat [verweerster] tijdens de in bedoeld geding gehouden comparitie van partijen (d.d. 10 september 2002) moet hebben geweten dat de locatie [locatie], waar [verweerster] werkte en in het weekend bereikbaarheidsdienst had, op 25 oktober 2002 als opvang voor asielzoekers zou worden gesloten, tengevolge waarvan [verweerster] haar functie zou verliezen. Hetgeen het hof in zijn arrest van 23 oktober 2002 onder 4 heeft overwogen ( "[verweerster] heeft in hoger beroep voldoende duidelijk kunnen maken dat haar bereikbaarheidsdienst zich met name concentreert op het weekend en dat zij daarom op zondagmiddag in de regel moeilijk in staat is het kind bij [eiser] op te halen.") berust op dit bedrog. Indien [verweerster] het hof juist zou...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT