Cassatie van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, June 18, 2001

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2001/06/18
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL

BELASTINGKAMER

Nr. 97/00470

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, tweede meervoudige Belastingkamer, op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid Ondernemingen P van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op zijn bezwaarschrift betreffende de hem voor het jaar 1992 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    De vorenvermelde aanslag is opgelegd naar een belastbaar inkomen van

    fl. 788.346,=, waarvan fl. 740.155,= belast naar het bijzondere tarief van artikel 57, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, tekst 1992 (hierna: het bijzondere tarief, onderscheidenlijk: de Wet), onder vermeerdering van de belasting met desinvesteringsbetalingen ten bedrage van fl. 870,=.

    Na tijdig door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur de aanslag bij uitspraak van 14 februari 1997 verminderd tot een naar een belastbaar inkomen van fl. 260.836,=, waarvan fl. 76.700,= belast naar het bijzondere tarief, eveneens onder vermeerdering van de belasting met desinvesteringsbetalingen ten bedrage van fl. 870,=.

    Tegen die uitspraak is belanghebbende tijdig en op regelmatige wijze in beroep gekomen bij het Hof. Ter zake van dit beroep heeft de Griffier van belanghebbende een recht geheven van fl. 75,=.

    De Inspecteur heeft het beroep bij vertoogschrift bestreden. Na daartoe van de Voorzitter verkregen toestemming heeft belanghebbende een conclusie van repliek ingezonden; de Inspecteur heeft vervolgens een conclusie van dupliek ingediend.

    De mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren plaatsgevonden ter zitting van het Hof op 11 april 2000 te

    's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord A, als gemachtigde van belanghebbende, tot bijstand vergezeld van B, beiden verbonden aan het kantoor te S van C, alsmede, namens de Inspecteur, D, verbonden aan de vorengenoemde eenheid van de rijksbelastingdienst.

    Belanghebbende heeft te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de Inspecteur. Het Hof rekent deze pleitnota tot de stukken van het geding. Voorts heeft de Inspecteur te dezer zitting met toestemming van belanghebbende een kopie overgelegd van de (geanonimiseerde) uitspraak van de Belastingkamer van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 mei 1999, nr. P98/4305.

    Na de zitting is nog een brief van de Inspecteur van 30 mei 2000, met twee bijlagen, ingekomen. Een van deze bijlagen is een brief van belanghebbende aan de Inspecteur van 29 mei 2000 waarin belanghebbende nader concludeert tot een belastbaar inkomen van fl. 8.996,=.

  2. Vaststaande feiten

    Blijkens de gedingstukken en de verklaringen van partijen ter zitting staat tussen partijen het volgende vast.

    2.1. Belanghebbende, geboren in 1938 en in algehele gemeenschap van goederen gehuwd, dreef tot 1 april 1992 samen met zijn echtgenote in maatschapsverband een agrarische onderneming. De activiteiten van deze onderneming bestonden uit het opfokken van kalkoenen en enige akkerbouw (teelt van maïs en gras). Tot het vermogen van deze onderneming behoorde onder meer in totaal 4.45.35 ha grond, met daarop de woning van belanghebbende en zijn echtgenote, twee kalkoenenschuren en een veldschuur met aangebouwde loods.

    2.2. De zakelijke inhoud van een op 8 februari 1991 aan belanghebbende verzonden brief van de gemeente Q (hierna: de gemeente) luidt als volgt:

    "Door de gemeente wordt een nieuw bestemmingsplan ontwikkeld voor onder meer woondoeleinden in het gebied dat globaal wordt begrensd door de A-straat en het B-straat.

    In verband hiermede zouden wij binnen afzienbare tijd tot aankoop willen overgaan van de aan u in eigendom toebehorende percelen grond, kadastraal bekend gemeente Q sectie K, nrs. , en respectievelijk groot 0.46.70 ha., 0.83.90 ha. en 0.95.50 ha.

    Wij hebben E te T verzocht om een taxatierapport op te stellen.

    F van genoemd bureau zal binnenkort met u contact opnemen.".

    De in deze brief genoemde percelen grond behoorden tot het vermogen van de onder 2.1 vermelde...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT