Eerste aanleg - enkelvoudig van Raad van State, 22 maart 2006

Datum uitspraak:22 maart 2006
Uitgevende instantie::Raad van State
SAMENVATTING

Bij brief van 21 december 2004 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder van 30 november 2004 tot aanwijzing van een opstelplaats voor een container voor de inzameling van huishoudelijk afval.

 
GRATIS UITTREKSEL

200510179/1 en 200601671/1.

Datum uitspraak: 22 maart 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Westerveld,

verweerder.

  1. Procesverloop

    Bij brief van 21 december 2004 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder van 30 november 2004 tot aanwijzing van een opstelplaats voor een container voor de inzameling van huishoudelijk afval.

    Tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar heeft appellant bij brief van 15 september 2005 beroep ingesteld.

    Bij uitspraak van 9 november 2005 in zaak no. 200508546/2, verzonden op 9 november 2005, heeft de Afdeling dit beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen vier weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming daarvan alsnog een besluit te nemen.

    Tegen het uitblijven van een besluit heeft appellant bij brief van 12 december 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld.

    Bij brief van 15 februari 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

    Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van verweerder. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

    Bij besluit van 24 februari 2006 heeft verweerder alsnog een besluit op het bezwaar genomen, waarbij verweerder het bezwaar gegrond heeft verklaard, het besluit van 30 november 2004 heeft herroepen en een opstelplaats voor een container voor de inzameling van huishoudelijk afval heeft aangewezen.

    Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 1 maart 2006, bij de Raad van State ingekomen op 2 maart 2006, beroep ingesteld.

    De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

    De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 februari 2006, waar appellant in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. G.I.M. Dekker, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

  2. Overwegingen

    2.1. Appellant kan zich er niet mee verenigen dat verweerder geen gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van de Afdeling van 9 november 2005 in zaak no. 200508546/2.

    2.2. Verweerder heeft eerst na het instellen van het beroep van 12 december 2005 alsnog op het bezwaar van appellant beslist bij besluit van 24 februari 2006. De Afdeling stelt vast dat verweerder niet binnen de in voormelde uitspraak opgedragen termijn op het bezwaar van appellant heeft beslist, zodat na ommekomst van die termijn beroep kon worden ingesteld tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van dat besluit. Nu echter niet aannemelijk is gemaakt dat appellant nog belang heeft bij een beoordeling van het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit, dient het beroep in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard.

    2.3. Ingevolge artikel 6:20, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover hier van belang, wordt het beroep van appellant van 12 december 2005 geacht mede te zijn gericht tegen het besluit van 24 februari 2006, nu dat besluit aan het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT