Voorlopige voorziening van Gerechtshof Amsterdam, July 04, 2006

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2006/07/04
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
SAMENVATTING

Navorderingsaanslagen naar hoge geschatte bedragen opgelegd in kader van Rekeningenproject. Verzoeker ontkent rekeninghouder van KBLux-bankrekening te zijn en vraagt volledige schorsing van de aanslagen. De voorzieningenrechter acht bewezen dat verzoeker wél rekeninghouder was, maar hij vindt de schattingen van de inspecteur onredelijk hoog.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

UITSPRAAK VAN DE VOORZIENINGENRECHTER ALS BEDOELD IN ARTIKEL 8:84 VAN DE ALGEMENE WET BESTUURSRECHT

inzake: X te Z, verzoeker,

tegen: de inspecteur van de Belastingdienst P, de inspecteur.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    Bij schrijven van 5 januari 2005 heeft mr. A namens verzoeker een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend, waarbij hij verzoekt om de rechtsgevolgen van de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/ premieheffing volksverzekeringen (IB/PVV) 1991 tot en met 2000 en vermogensbelasting (VB) 1992 tot en met 2000 te schorsen zolang de bestreden navorderingsaanslagen niet in rechte vaststaan.

    De inspecteur heeft gereageerd bij schrijven van 21 januari 2005.

    Bij faxbericht van 24 januari 2005 heeft de gemachtigde enige producties in het geding gebracht.

    Het verzoek is behandeld ter zitting van 26 januari 2005, alwaar zijn verschenen de gemachtigde, vergezeld van verzoeker, alsmede namens de inspecteur mr.B.

    Namens verzoeker is een pleitnota voorgedragen en overgelegd. De inspecteur heeft daarvan kennis genomen en heeft zich erover uitgelaten.

  2. Karakter voorlopige voorziening

    Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Bij de vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van de verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.

    Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en is dit niet bindend voor de beslissing in de bodemprocedure.

  3. Feiten en omstandigheden

    3.1. Aan verzoeker zijn navorderingsaanslagen IB/PVV voor de jaren 1991 tot en met 2000 en VB 1992 tot en met 2000 opgelegd met een verhoging/boete van 100%. Dit is gebeurd in het kader van het zogenoemde Rekeningenproject. Dit project is gebaseerd op de gegevens van (kopien van) microfiches, kennelijk afkomstig van de Kredietbank Luxemburg (hierna: KBLux-bank).

    3.2. De afdrukken bevatten onder meer de volgende gegevens:

    JUSTIFICATIF DES SOLDES PAR RUBRIQUES IML AU 31/01/1994

    (..)

    53-116755-40-000 00 0040 TER LDO X-Y 38.511,61

    (..)

    52-116755-13-0000 00 0040 VUE CX-Y - 56,53.

    De voornaam van verzoeker is C; hij is gehuwd met Y.

    Blijkens een proces-verbaal...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT