Herziening van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 april 2006

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 7 april 2006
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

Het Hof ziet niet in hoe genoemde onrechtmatigheid van de dwang door de keuringsarts van het ABP, was zij bij het Hof eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zou hebben kunnen leiden. Deze onrechtmatigheid doet niet af aan het oordeel van het Hof dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat, objectief beschouwd, bij de aanvang van de casestudie, noch ook in later jaren, in... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

BELASTINGKAMER

Nr. 05/00026

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

UITSPRAAK

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, negende enkelvoudige Belastingkamer, op het verzoek van de heer X te Y (hierna: belanghebbende) om herziening in de zin van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) van de na de melden uitspraken van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    1.1. De twaalfde enkelvoudige Belastingkamer heeft op 26 september 2003, bij mondelinge uitspraken, de beroepen van belanghebbende, tegen de uitspraken van het hoofd van de eenheid particulieren te P van de rijksbelastingdienst (hierna, evenals de voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst/Z van de rijksbelastingdienst, de thans ten aanzien van belanghebbende bevoegde Inspecteur, aan te duiden als: de Inspecteur) op de bezwaarschriften betreffende de aan hem opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 1998 en 1999, ongegrond verklaard. De vijfde enkelvoudige Belastingkamer heeft op 12 februari 1999, bij mondelinge uitspraak, het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Inspecteur op het bezwaarschrift betreffende de aan hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 1996, ongegrond verklaard.

    1.2. Belanghebbende heeft om herziening in de zin van artikel 8:88 van de Awb verzocht van de in 1.1 genoemde uitspraken. Ter zake van dit verzoek heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 37,=. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

    1.3. Belanghebbende heeft, na daartoe door het Hof in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd. De Inspecteur heeft het Hof bericht niet te zullen dupliceren.

    1.4. Op grond van artikel 8:58 van de Awb heeft belanghebbende vÛÛr de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan de wederpartij en behoren tot de stukken van het geding.

    1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 19 januari 2006 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de Inspecteur.

    1.6. Belanghebbende heeft voor de zitting een pleitnota toegezonden aan het Hof en (door tussenkomst van de griffier) aan de wederpartij, welke pleitnota wordt geacht ter zitting te zijn voorgedragen. Het Hof rekent deze pleitnota tot de stukken van het geding.

    1.7. Het Hof heeft vervolgens het onderzoek ter zitting...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT