Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Haarlem, Sector kanton, 2 oktober 2006

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 2 oktober 2006
Uitgevende instantie::Sector kanton
SAMENVATTING

Werknemer verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, nadat de kantonrechter een verzoek van de werkgever daartoe heeft afgewezen. Werknemer maakt aanspraak op een vergoeding met factor C = 6. De kantonrechter wijst het verzoek toe. Gelet op de mate waarin beide partijen een verwijt kan worden gemaakt van de verandering van omstandigheden, wordt een neutrale vergoeding (factor C = 1)... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.319065 AO VERZ 06-1392

datum uitspraak: 2 oktober 2006

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

hierna: [verzoeker],

gemachtigde: mr. E.H.J. Jansen.

tegen

de besloten vennootschap

DORINT NEDERLAND HOTELS EN VAKANTIEPARKEN B.V.,

verweerster,

hierna: Dorint,

gemachtigde: mr. H. Barrahmun.

De procedure

Op 3 augustus 2006 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van [verzoeker]. Dorint heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 25 september 2006. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

[verzoeker], 37 jaar oud, is sinds 28 juli 2003 bij Dorint in dienst, laatstelijk in de functie van "executive souschef mainkitchen en banqueting" tegen een salaris van € 2.920,05 bruto per maand exclusief vakantiegeld.

Bij beschikking van 18 april 2006 heeft de kantonrechter te Haarlem het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van Dorint afgewezen, met de volgende motivering:

Anders dan Dorint stelt is de kantonrechter van oordeel dat [verzoeker] er wel degelijk blijk van geeft open te staan voor kritiek. Dorint verwijst ter onderbouwing van haar stelling ter zake onder meer naar de brief van [verzoeker] van 24 januari 2006, maar daaruit komt nu juist naar voren dat hij wel degelijk bereid is naar kritiekpunten te luisteren en waar nodig te verbeteren.

Degene die zich niet lijkt te willen verbeteren is Dorint zelf. Terecht heeft [verzoeker] in laatstgenoemde brief aangegeven dat de uitgangspunten voor een functioneringsgesprek tussen werkgever en werknemer moeten zijn: gelijkwaardigheid in het gesprek, uitleg over het doel en het verloop van het gesprek, luisteren naar wat de ander te zeggen heeft en onderbouwing van de beoordeling met concrete feiten.

Dorint lijkt zich aan geen van deze uitgangspunten te houden. Ook nadat [verzoeker] Dorint hierop in zijn brief van 24 januari 2006 had gewezen is er in de houding van [XXX] en met name van [YYY] weinig veranderd. In de onderhavige procedure betoogt Dorint zelfs, dat zij niet is gehouden haar kritiek desgevraagd met feiten te onderbouwen, omdat een leidinggevende geen verantwoording schuldig is aan zijn werknemers. Dorint is niet ingegaan op de inhoud van die brief, ook niet in deze procedure. De concrete kritiekpunten die Dorint wèl in haar verzoekschrift heeft vermeld, heeft [verzoeker] gemotiveerd weerlegd en Dorint heeft die weerlegging niet ontzenuwd. De stelling van Dorint dat collega's te bang zouden zijn geweest om met klachten rechtstreeks naar [verzoeker] te gaan, heeft Dorint tegenover de betwisting van [verzoeker] niet onderbouwd.

De conclusie moet luiden dat het verzoek een deugdelijke grondslag ontbeert, zodat...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT