Cassatie van Hoge Raad, December 05, 2006

Datum uitspraak:2006/12/05
Uitgevende instantie::Hoge Raad
SAMENVATTING

Voorwaardelijk opzet op levensberoving spookrijder. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2003, 552 en HR NJ 1997, 199. Het hof heeft vastgesteld dat: i. verdachte in een poging aan de politie te ontkomen in de vroege morgen van 25-07-04 bewust als spookrijder een snelweg is opgereden; ii. verdachte daarbij over een traject van ± 2,5 km met ± 100 km/u afwisselend over vluchtstrook en... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

5 december 2006

Strafkamer

nr. 00653/06

DV/CAW

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 1 juni 2005, nummer 20/004390-04, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Oosterhoek" te Grave.

  1. De bestreden uitspraak

    Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Roermond van 16 november 2004 - de verdachte ter zake van 1. "poging tot doodslag, meermalen gepleegd" en 2. "diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" en 3. "diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel" en 4. "als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard" en 5. "overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot vier jaren gevangenisstraf met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen zoals in het arrest vermeld.

  2. Geding in cassatie

    Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

    De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

    De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

  3. Beoordeling van het middel

    3.1. Het middel behelst de klacht dat de bewezenverklaring onder 1 ten aanzien van het (voorwaardelijk) opzet blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans ontoereikend is gemotiveerd.

    3.2.1. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:

    hij op 25 juli 2004 te Horst, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk personen van het leven te beroven, tegen het verkeer in (zogenaamd spookrijdend) - gaand in de richting Venray - met een snelheid van ongeveer 100 km per uur heeft gereden over de vluchtstrook van de autosnelweg A73 en vervolgens met dat opzet meermalen op het moment dat bestuurders van motorrijtuigen hem, verdachte, komende uit de richting Venray, gezien zijn, verdachtes, rijrichting over de linkerrijbaan van die A73 tegemoet kwamen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig naar die linkerrijbaan heeft gestuurd en die linkerrijbaan tegen het verkeer in (zogenaamd spookrijdend) is blijven volgen, waardoor telkens voornoemde bestuurders van motorrijtuigen moesten uitwijken om een botsing of aanrijding met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig te voorkomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

    3.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

    a. een proces-verbaal van politie opgemaakt door de verbalisanten J.A.J. Nillesen en K.J.G.W. Schepers, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten, dan wel een van hen:

    "Op 25 juni 2004 omstreeks 05.45 uur, (hof: blijkens het proces-verbaal bevindingen politie regio Limburg Noord, district Ve/Horst, mutatienummer: PL2350/04-099206, dossierpagina: 10, d.d. 14 september 2004 opgemaakt door verbalisant J.A.J. Nillesen dient dit 25 juli 2004 te zijn) bevonden wij ons te Horst. Wij ontvingen mobilofonisch bericht van de meldkamer dat er zojuist een snelkraak had plaatsgevonden bij de opticien [...], gelegen aan de [a-straat] te Horst.

    Bij deze snelkraak waren mannen betrokken. Deze mannen hadden de plaatsdelict verlaten met een blauwe personenauto en een witte bestelbus met Belgisch kenteken. Wij reden richting de rotonde met de Venloseweg en Stationstraat. Op het moment dat wij over de rotonde reden, zag ik, verbalisant Schepers, dat over de Venloseweg, komende uit de richting van het centrum van Horst, een witte bestelbus met Belgisch kenteken naar de rotonde toe gereden kwam. Ik, Nillesen, sloeg onmiddellijk rechtsaf de Venloseweg op met het doel om deze bestelbus tot stoppen te dwingen.

    Wij zagen dat die bestuurder van de witte bestelbus de rotonde in tegenovergestelde rijrichting opreed en vervolgens op de Meldersloseweg reed in de richting van de A73. Onmiddellijk stelden wij het zwaailicht met sirene en de "Stop Politie" transparant in werking. Wij zagen dat hij over de rijstrook voor het tegemoetkomende verkeer over de Melderloseweg richting de A73 reed. Wij zagen dat hij de vluchtheuvel bij de op en afritten van de A73 links voorbij reed. Wij zagen, dat hij afremde en linksaf de afrit, bestemd voor het verkeer vanuit de richting Venray, tegen de verkeersstroom in, zogenaamd spookrijdend opreed. Wij verbalisanten volgden hem op korte afstand in de hoop dat we hem tot stoppen konden dwingen voordat hij spookrijdend de A73 op zou rijden. Wij zagen dat hij zijn weg vervolgde over de vluchtstrook. Wij zagen dat op de A73 veel vakantieverkeer reed. Wij zagen, dat de bestuurder van voornoemde witte bestelbus op het moment dat er enkele auto's en auto's met caravans ons tegemoet kwamen rijden, hij doelbewust de rijbaan van de A73 opreed in de richting van die voertuigen, waardoor de bestuurders van het tegemoetkomend verkeer moesten uitwijken. Wij zagen dat door de reacties een aantal bestuurders van de tegemoetkomende auto's de vluchtstrook opreden en daardoor direct op ons toe gereden kwamen, waardoor er onmiddellijk gevaar voor een botsing ontstond met ons en die andere voertuigen op de A73. Wij zagen, dat op het moment dat er even geen verkeer kwam de bestuurder van de witte bestelbus terug reed naar de vluchtstrook, kennelijk met het doel dat wij hem niet konden passeren.

    Op het moment dat er weer verkeer uit tegengestelde richting kwam, herhaalde de bestuurder van die witte bestelbus zijn handelingen. Wij zagen opnieuw, dat het tegemoetkomend verkeer moest remmen en uitwijken om een aanrijding met hem te voorkomen. Wij zagen, dat er door de uitwijkmanoeuvres van het tegemoetkomend verkeer op de vluchtstrook wij en het overige verkeer ernstig in gevaar werden gebracht. Op het moment dat de bestuurder op het viaduct over de Tienrayse weg te Horst reed, zagen wij, dat hij opnieuw de rijbaan van de A73 spookrijdend opreed richting het tegemoetkomend verkeer. Op het moment dat de bestuurder van die witte bestelbus weer de rijbaan van de A73 op was gereden richting het tegemoetkomend verkeer, zagen wij, terwijl wij over de vluchtstrook reden, dat een oranje vrachtauto moest uitwijken naar de vluchtstrook. Om een aanrijding met deze vrachtauto te voorkomen, stuurde ik, Nillesen, de politieauto de rijbaan van de A73 op, waarbij er op dat moment op die rijstrook geen verkeer was. Op de linkerrijstrook reed op dat moment een auto met een caravan. Wij reden tussen de vrachtauto en de auto met caravan door. Wij zagen toen, dat de bestuurder van die witte bestelbus ter hoogte van de afrit naar de Tienrayseweg een scherpe bocht naar links maakte. Wij zagen, dat die bestuurder de macht over het stuur kwijtraakte en dat de witte bestelbus een kwartslag draaide. Wij zagen dat er rook van de banden afkwam. Wij zagen, dat die witte bestelbus op de linker zijkant kantelde en gedeeltelijk op de vluchtstrook en in de berm van de A73 tot stilstand kwam. Wij brachten onze politieauto achter de witte bestelbus tot stilstand.

    Wij zagen dat door de kapotte voorruit van die witte bestelbus een man naar buiten kwam gekropen. Na zijn aanhouding hoorde ik, Schepers, dat de verdachte tegen mij zei dat hij het wel kicken vond om met die auto tegen het verkeer in te rijden."

    b. een proces-verbaal van politie opgemaakt door de verbalisant T.H.M. Scholten, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:

    "Op 25 juli 2004 werd voor mij geleid een persoon genaamd [verdachte], geboren [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971. Ik vroeg hem waarom hij het verkeer zo ernstig in gevaar had gebracht.

    Hij antwoordde: "Dat was toch maar even flink kicken om zo op auto's in te rijden"."

    c. een proces-verbaal van politie opgemaakt door de verbalisant J.A.J. Nillesen, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:

    Bij de achtervolging op 25 juli 2004 van [verdachte], rijdende in een witte bestelbus, reed deze, op het moment dat hij de vluchtstrook, langs de hoofdrijbaan, van de A73 spookrijdend opreed met een snelheid van honderd kilometer per uur. Ik, verbalisant Nillesen, moest in ieder geval deze snelheid rijden om hem bij te kunnen houden. De afstand tussen de afrit A73 en waar de verdachte de macht over het voertuig kwijtraakte en tot stilstand kwam, bedraagt circa 2,4 kilometer.

    d. de verklaring van de getuige J.A.J. Nillesen ter terechtzitting in hoger beroep van 18 mei 2005, voor zover inhoudende:

    Op 25 juli 2004, op het moment dat wij te Horst achter de verdachte reden op de A73 passeerden ons enkele keren auto's met caravan. Verdachte stuurde het bestelbusje schuin de snelweg op en ging op het rijvlak van de hem tegemoetkomende auto's rijden. Verdachte reed daarna in een rechte lijn op de auto's af. De tegemoetkomende voertuigen dienden voor verdachte uit te wijken. De afstand op het moment dat verdachte het bestelbusje de snelweg opreed tot de hem tegemoetkomende auto's met caravan was tussen de tweehonderd en driehonderd meter.

    Deze tegemoetkomende auto's weken uit voor verdachte en kwamen op het rijvlak terecht waar wij ons bevonden. De verdachte nam duidelijk het risico dat hij in botsing zou komen met de hem tegemoetkomende auto's. Deze tegemoetkomende auto's weken telkens uit en het gevaar was aanwezig dat deze auto's tegen ons aanreden. Wij dienden een manoeuvre uit te voeren om deze auto's te ontwijken. De eerste keer dat de verdachte van de vluchtstrook afreed, de andere auto's tegemoet, reden wij vlak achter hem, ongeveer op een afstand van tien tot vijftien...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT