Herziening van Rechtbank 's-Gravenhage, Zwolle, July 23, 2007

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2007/07/23
Uitgevende instantie::Zwolle
SAMENVATTING

Vreemdelingenbewaring / herziening / rechtmatig verblijf / geen novum Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de uitspraak van 6 januari 2005 dient te worden herzien omdat door de besluiten van verweerder van 8 mei 2005 en 5 maart 2007 is komen vast te staan dat verzoeker achteraf bezien ten tijde van deze uitspraak rechtmatig in Nederland verbleef en dus niet in vreemdelingenbewaring gesteld... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

nevenzittingsplaats Zwolle

sector bestuursrecht

voorzieningenrechter

regnr.: Awb 07/26569

UITSPRAAK

op het verzoek om herziening

In het geschil tussen:

[Verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1974,

van Turkse nationaliteit,

IND dossiernummer 9901.04.8024,

gemachtigde: mr. N. Akbalik, advocaat te Oosterhout-Nijmegen,

verzoeker;

en:

DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE,

als rechtsopvolger van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

(Immigratie- en Naturalisatiedienst),

te 's-Gravenhage,

verweerder.

1 Procesverloop

1.1 Bij brief van 17 december 2004 is beroep ingesteld tegen de beschikking van verweerder van 16 december 2004. Bij uitspraak van 6 januari 2005, onder kenmerk Awb 04/56270 is het beroep ongegrond verklaard. Bij brief van 26 juni 2007 is verzocht deze uitspraak te herzien.

1.2 Het verzoek is ter zitting van 23 juli 2007 behandeld. Verzoek is daarbij verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

2 Overwegingen

2.1 Op grond van artikel 8:88 Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

  1. hebben plaatsgevonden vÛÛr de uitspraak,

  2. bij de indiener van het verzoekschrift vÛÛr de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

  3. waren zij bij de rechtbank eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zou hebben kunnen leiden.

2.2 Verzoeker was tot 19 november 1998 in het bezit van een vergunning tot verblijf. Bij besluit van 26 februari 2002 is het op 2 december 1998 ingediende verzoek om verlenging van zijn vergunning tot verblijf afgewezen en werd verzoeker ongewenst verklaard; het tegen dit besluit ingediende bezwaar werd bij besluit van 19 april 2004 afgewezen. Bij besluit van 9 november 2005 werd het besluit van 19 april 2004 ingetrokken; na advisering door de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken heeft verweerder bij besluit van 8 mei 2005 verzoekers bezwaar tegen de ongewenstverklaring gegrond verklaard en de ongewenstverklaring ingetrokken en bij besluit van 5 maart 2007 verzoekers bezwaar tegen de weigering zijn verblijfsvergunning te verlengen gegrond verklaard met de overweging dat verzoeker geacht wordt sinds de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.

Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de uitspraak van 6 januari 2005...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT