Herziening van Centrale Raad van Beroep, 22 augustus 2012

Datum uitspraak:22 augustus 2012
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om herziening. Geen sprake van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid.

 
GRATIS UITTREKSEL

10/5369 WAO, 10/5370 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraken van de Raad van 25 augustus 2010, 09/546 WAO en 09/4387 WAO

Partijen:

[Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 22 augustus 2012.

PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft zijn gemachtigde J.A.M. Bakx bij brief van 27 september 2010 verzocht om herziening van de uitspraken van de Raad van 25 augustus 2010, 09/546 WAO en 09/4387 WAO.

Het Uwv heeft hierop een zienswijze ingediend.

Het verzoek is behandeld ter zitting van de Raad op 11 juli 2012. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J.H. Maas.

OVERWEGINGEN

1.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet, kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

  1. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

  2. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

  3. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.2. Bij de uitspraak van 25 augustus 2010, 09/546 WAO, waarvan thans herziening wordt gevraagd, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Breda van 17 december 2008, 07/4060, bevestigd. In dat geding was de Raad met de rechtbank van oordeel dat het Uwv op goede medische en arbeidskundige gronden de aan verzoeker toegekende uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 28 februari 2007 heeft ingetrokken, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 15% bedraagt.

1.3. Bij de uitspraak van 25 augustus 2010, 09/4387 WAO, waarvan thans herziening wordt gevraagd, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Breda van 24 juni 2009, 08/4649, bevestigd. In dat geding was de Raad met de rechtbank van oordeel dat het Uwv op goede gronden heeft geoordeeld dat aan verzoeker, naar aanleiding van zijn verzoeken in de periode van 12 februari 2007 tot 30 augustus 2007, geen uitkering ingevolge de WAO wordt toegekend omdat van toegenomen beperkingen die voortkomen uit dezelfde ziekte-oorzaak ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten niet is gebleken en dat hij...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT