Verzet van Gerechtshof Amsterdam, 13 augustus 2007

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:13 augustus 2007
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
SAMENVATTING

Gemachtigde heeft daags voor de zitting verzocht om uitstel van de zitting. Hof oordeelt dat gelet op het moment van het verzoek in samenhang met de aangevoerde redenen niet kan worden geoordeeld dat het tijdig en onder aanvoering van gewichtige redenen is gedaan.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Vijfde Enkelvoudige Belastingkamer

UITSPRAAK OP VERZET

op het verzet van X te Y, belanghebbende,

tegen

een uitspraak na vereenvoudigde behandeling van de twaalfde enkelvoudige belastingkamer van het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

  1. Loop van het geding

    De Hoge Raad heeft op 4 mei 2007 onder nummer 41.429 arrest gewezen op het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 september 2004, nr. BK-03/02463, betreffende de beschikking aansprakelijkstelling ingevolge de Invorderingswet 1990 van de Ontvanger van de Belastingdienst A, met betrekking tot door een derde verschuldigde doch niet betaalde belastingen en premie volksverzekeringen tot een bedrag van € B.

    Deze beschikking is, na daartegen gemaakt bezwaar, gehandhaafd.

    Op 4 december 2003 heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage het beroep van belanghebbende (na vereenvoudigde behandeling) niet-ontvankelijk verklaard. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij uitspraak van 24 september 2004 het verzet van belanghebbende tegen deze uitspraak ongegrond verklaard.

    De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage vernietigd en het geding verwezen naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling met in achtneming van zijn arrest.

    De griffier heeft de bij het Hof bekende gemachtigden van belanghebbende (aangetekend) een uitnodiging gestuurd voor de zitting van 29 juni 2007. Ter zitting van 29 juni 2007 is belanghebbende noch enige gemachtigde verschenen.

  2. Geding na cassatie

    2.1. De Hoge Raad heeft in het verwijzingsarrest onder punt 3.3 en 3.4 overwogen:

    3.3. De eisen van een goede rechtspleging brengen mee dat in geval een belanghebbende of zijn gemachtigde tijdig en onder aanvoering van gewichtige redenen waarom hij niet op de voor de behandeling van de zaak vastgestelde zittingsdag aanwezig kan zijn of zich op de behandeling kan voorbereiden, verzoekt die behandeling op een nader te bepalen latere dag te doen plaatsvinden, de rechter dat verzoek inwilligt tenzij hij oordeelt dat zwaarder wegende bij de behandeling van de zaak betrokken belangen aan een zodanig uitstel in de weg staan. Dit oordeel dient in zijn uitspraak met redenen te worden omkleed (vgl. HR 15 december 1993, nr. 29315, BNB 1994/55, en HR 31 januari 2001, nr 35914, BNB 2001/132).

    Door te overwegen als onder 3.2 vermeld heeft het Hof zijn daar weergegeven oordeel niet toereikend gemotiveerd. De klachten zijn in zoverre gegrond en behoeven voor het overige geen behandeling. De uitspraak van het Hof kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

    3.4. Nu het Hof in het verzetschrift kennelijk en niet onbegrijpelijk een verzoek van belanghebbende heeft gelezen om op het verzet te worden gehoord, zal het verwijzingshof haar daartoe de gelegenheid moeten bieden.

    2.2. Omdat het Gerechtshof te 's-Gravenhage, aldus de Hoge Raad, het verzoek van belanghebbende om uitstel van de zitting van 3 september 2004 niet heeft ingewilligd zonder dit oordeel toereikend te motiveren, kon voornoemde uitspraak van dat hof niet in stand blijven.

    2.3. Het Hof heeft, zoals door de Hoge Raad is opgedragen, belanghebbende de gelegenheid geboden om op het verzet te worden gehoord. Hij is hiertoe uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van het verzet op 29 juni 2007.

  3. Vaststaande feiten

    3.1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft in de uitspraak van 4 december 2003 de feiten als volgt weergegeven:

    Het afschrift van de bestreden uitspraak is gedagtekend 3 juli 2003. Het beroepschrift is gedateerd 14 augustus 2003. Het op de enveloppe geplaatste poststempel draagt de datum 22 augustus 2003. Bij binnenkomst van het beroepschrift ter griffie van het Hof heeft de griffier daarop een stempelafdruk geplaatst met de datum 27 augustus 2003.

    Het Hof stelt in aanvulling daarop nog de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT