Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Rotterdam, 30 januari 2008

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:30 januari 2008
Uitgevende instantie::Rechtbank Rotterdam
SAMENVATTING

Handtekening van vrouw onder notariële akte waarin zij haar man algehele volmacht verleent is vals. Met deze volmacht heeft de man hypotheekakte mede namens de vrouw getekend. Bank stelt dat, nu het om notariële verleden volmacht gaat, deze volmacht jegen

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 241172 / HA ZA 05-1843

Uitspraak: 30 januari 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de hoofdzaak van:

[eiseres],

wonende te IJmuiden,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak

hierna te noemen: "[eiseres]",

procureur mr. W.L. Stolk,

advocaat mr. P.J. Erdbrink te Amstelveen,

- tegen -

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

    QUION HYPOTHEEKBEMIDDELING B.V.,

    gevestigd te Rotterdam,

    gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak,

    hierna te noemen: "Quion",

  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

    QUION VII B.V.,

    gevestigd te Utrecht,

    gedaagde sub 2 in conventie in de hoofdzaak,

    eiseres in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak,

    hierna te noemen "Quion VII",

    procureur mr. S.P.J.F. Zwanen,

    advocaat mr. J.L.M. Groenewegen te Utrecht.

    met als gevoegde partijen:

  3. [gevoegde sub 1],

    kantoorhoudende te Voorburg,

    hierna te noemen: "[gevoegde sub 1]",

  4. [gevoegde sub 2],

    kantoorhoudende te Velsen-Zuid,

    hierna te noemen: "[gevoegde sub 2]",

  5. [gevoegde sub 3],

    kantoorhoudende te Velsen-Zuid,

    hierna te noemen: "[gevoegde sub 3]",

    gevoegde partijen in conventie in de hoofdzaak aan de zijde van Quion c.s.,

    procureur mr. W.J. Hengeveld,

    advocaat mr. M.F. J. Haak te Amsterdam.

    Gedaagden in conventie in de hoofdzaak worden hierna gezamenlijk ook wel aangeduid als "Quion c.s". Gevoegde partijen worden hierna gezamenlijk ook wel aangeduid als "de notarissen".

    1 Het verloop van het geding

    De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

    - dagvaarding d.d. 26 mei 2005 en de door [eiseres] overgelegde producties;

    incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, met producties;

    incidentele conclusie van antwoord in conventie tevens voorwaardelijke incidentele conclusie van eis in reconventie tot oproeping in vrijwaring, met productie;

    akte houdende conclusie van antwoord in het voorwaardelijke vrijwaringsincident in reconventie;

    vonnis van deze rechtbank d.d. 14 december 2005, waarbij de incidentele vordering van Quion c.s. tot oproeping in vrijwaring van notarissen is toegestaan en de voorwaardelijke incidentele vordering van [eiseres] tot oproeping in vrijwaring van de notarissen is afgewezen;

    conclusie van antwoord in conventie, tegens conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie, met producties;

    - conclusie van repliek in conventie met akte vermeerdering van eis, tevens conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie, met producties;

    - aanzegging tot voeging ex artikel 214 Rv, tevens conclusie van antwoord van de notarissen, met producties;

    - conclusie van repliek in de voegingsprocedure, met producties;

    - conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in voorwaardelijke reconventie;

    - conclusie van dupliek van de notarissen;

    - akte overlegging producties in conventie en voorwaardelijke reconventie, tevens conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie aan de zijde van [eiseres], met producties;

    - akte overlegging producties in de voegingsprocedure aan de zijde van [eiseres], met productie.

    2 Het geschil in conventie

    De gewijzigde vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

    voor recht te verklaren dat [eiseres] geen schuldenaar is uit de geldleenovereenkomst met Quion c.s. zoals omschreven in de notariÎle akte d.d. 12 februari 2001, en deze rechtshandeling tussen [eiseres] en Quion c.s. nietig te verklaren, althans te vernietigen;

    voor recht te verklaren dat door [eiseres] geen rechtsgeldig hypotheekrecht aan Quion c.s. is verleend zoals omschreven in de notariÎle akte d.d. 12 februari 2001 en deze rechtshandeling tussen [eiseres] en Quion c.s. nietig te verklaren, althans te vernietigen;

    [eiseres] machtiging te verlenen tot het doorhalen van het thans geregistreerde hypotheek- en pandrecht in de openbare registers, en Quion c.s. te veroordelen in de kosten van uitvoering der machtiging ex artikel 3:299 lid 3 BW;

    [eiseres] machtiging te verlenen tot het doorhalen van de thans ten laste van [eiseres] geregistreerde betalingsachterstand terzake van de onderhavige hypotheek in het register van het Bureau Krediet Registratie te Tiel, en Quion c.s. te veroordelen in de kosten van uitvoering der machtiging;

    Quion c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding in conventie.

    Het verweer van Quion c.s. en de notarissen strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [eiseres] in de kosten van het geding.

    3 Het geschil in voorwaardelijke reconventie

    De vordering, welke is ingesteld voor het geval de rechtbank mocht oordelen dat Quion VII geen vordering heeft op [eiseres] uit hoofde van de financiering, noch een rechtsgeldig recht van hypotheek op het woonhuis, luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [eiseres] te veroordelen aan Quion VII te betalen een bedrag van € 140.444,98, te vermeerderen met rente, met buitengerechtelijke incassokosten ad € 2.450,40 en de kosten van het geding.

    Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Quion VII in de kosten van het geding.

    4 De beoordeling in de hoofdzaak

    In conventie en in voorwaardelijke reconventie

    4.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast:

    [eiseres] is van 24 april 1986 tot 16 december 2004 op huwelijkse voorwaarden, inhoudende een solitair periodiek verrekenbeding, gehuwd geweest met dhr[M.] (hierna: [M.]).

    Bij notariÎle akte van 14 maart 1988 hebben [eiseres] en [M.] een regeling ter zake de eigendom van het woonhuis met ondergrond, tuin en schuur, staande en gelegen aan de [woonhuis] (hierna: het woonhuis), waarvan zij ieder voor de onverdeelde helft eigenaren waren, getroffen en die woning geheel toegedeeld aan [eiseres].

    [gevoegde sub 2] heeft op 4 juli 2000 een akte verleden, waarin is vermeld dat [eiseres] volmacht en last heeft gegeven aan [M.] om haar in alle opzichten te vertegenwoordigen en al haar rechten en belangen, zonder enige uitzondering, waar te nemen en uit te oefenen, strekkende de volmacht ook om onroerende zaken te verkrijgen, te vervreemden of te bezwaren (hierna: de volmacht).

    Op 12 februari 2001 heeft [gevoegde sub 1] een hypotheekakte verleden, waarin staat vermeld dat [M.], handelend voor zich in privÈ en als schriftelijk gevolmachtigde van [eiseres], heeft verklaard met Hypotrust VII b.v. (thans Quion VII) een geldlening ter hoogte van fl. 677.000- te zijn aangegaan (hierna: de geldlening). Voorts staat in die akte (hierna: de hypotheekakte) vermeld dat tot zekerheid voor onder andere de betaling van de hoofdsom het recht van eerste hypotheek is verleend op de woning, tot een totaalbedrag ter grootte van fl. 1.015.500,-. In de hypotheekakte is opgenomen dat van het bestaan van de volmachten de notaris genoegzaam is gebleken en dat de volmacht [M.]/[eiseres] is vervat in een op 4 juli 2000 verleden akte.

    Op 9 februari 2001 heeft [gevoegde sub 3] de handtekening gelegaliseerd welke geplaatst is onder een toestemmingsverklaring, waarin staat vermeld dat [eiseres] verklaart dat zij haar echtgenoot toestemming als bedoeld in artikel 1:88 BW verleent tot het aangaan van de in de hiervoor vermelde hypotheekakte omschreven rechtshandelingen (hierna: de toestemmingsverklaring). De inhoud van de hypotheekakte is integraal opgenomen in deze toestemmingsverklaring.

    De geldlening is onder meer aangewend om een bestaande vordering van de Coˆperatieve Rabobank Voorschoten-Wassenaar (verder: de Rabobank) op [eiseres] en [M.] ad € 140.444,98 te voldoen.

    In mei 2003 en juni 2003 heeft [eiseres] aangifte gedaan jegens onder andere [M.] ter zake van valsheid in geschrifte en oplichting. Zij heeft daarbij onder meer verklaard dat de handtekening die op 4 juli 2000 ten overstaan van [gevoegde sub 2] onder de volmacht is geplaatst niet door haar is gezet evenmin als de handtekening onder de toestemmingsverklaring.

    [M.] heeft op 25 juni 2003 tegenover de politie - voor zover hier van belang - het volgende verklaard:

    "(...) In februari 1998 kwam ik in contact met[O.]r [Z.] uit Den Haag. (...) U toont mij een copie van een volmacht genummerd 1a opgemaakt door notaris [gevoegde sub 2] uit Velsen. U vraagt mij hoe deze volmacht is verkregen. Ik nam telefonisch contact op met notaris [gevoegde sub 2] en legde hem uit dat mijn vrouw en ik een volmacht wilden laten opmaken. Ik moet wel zeggen dat mijn vrouw...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT