Verzet van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30 mei 2008

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:30 mei 2008
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

Gelet op de inhoud van de hiervoor onder 5 geciteerde brief, waarin ten onrechte de mededeling is gedaan dat de in deze brief besproken door belanghebbende aanhangig gemaakte procedures bij de Rechtbank en dit Hof tegelijkertijd bij de Rechtbank in een zitting konden worden behandeld, heeft naar het oordeel van het Hof bij belanghebbende terecht verwarring kunnen ontstaan omtrent de voldoening... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector belastingrecht

Zesde enkelvoudige Belastingkamer

Kenmerk: 06/00311

Schriftelijke uitspraak op het verzet van

de heer X,

wonende te Y,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), van de vierde enkelvoudige Belastingkamer van dit Hof d.d. 12 juni 2007 op het hoger beroep van belanghebbende tegen de schriftelijke uitspraak van de Rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de Rechtbank) van 14 juli 2006, nummer AWB 05/3641, in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Z

hierna: de heffingsambtenaar

betreffende de aan belanghebbende opgelegde beschikking waarbij is vastgesteld de waarde van het object plaatselijk bekend als A-straat 5 te Y per de peildatum 1 januari 2003 voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006.

De behandeling van het verzet

Er heeft geen onderzoek ter zitting plaatsgevonden.

Belanghebbende heeft niet gevraagd in de gelegenheid te worden gesteld om te worden gehoord.

De gronden

  1. Bij voornoemde uitspraak van het Hof van 12 juni 2007 is belanghebbende niet-ontvankelijk in het hoger beroep verklaard op grond van de overweging dat het door belanghebbende verschuldigde griffierecht ten bedrage van € 105,= niet betaald is binnen de daarvoor door de wet gestelde termijn.

  2. Belanghebbende is tegen deze uitspraak tijdig in verzet gekomen.

  3. Op 14 juli 2006 heeft de Rechtbank uitspraak gedaan op belanghebbendes beroep tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar op belanghebbendes bezwaarschrift betreffende de in het kader van de Wet waardering onroerende zaken aan belanghebbende opgelegde beschikking waarbij is vastgesteld de waarde van het object plaatselijk bekend als A-straat 5 te Y per de peildatum 1 januari 2003 voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006. In deze uitspraak is de heffingsambtenaar opgedragen opnieuw uitspraak op bezwaar te doen met inachtneming van de uitspraak van de Rechtbank.

    Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank bij schrijven van 31 juli 2007, ontvangen door het Hof op 2 augustus 2006, hoger beroep ingediend. Zonder inachtneming van artikel 27h, lid 5, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen heeft de heffingsambtenaar op 6 september 2006 uitspraak op bezwaar gedaan. Tegen deze uitspraak van de heffingsambtenaar heeft belanghebbende beroep bij de Rechtbank ingediend.

  4. Ingevolge artikel 8:41, lid 2, van de Awb...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT