Raadkamer van Gerechtshof 's-Gravenhage, 31 augustus 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:31 augustus 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Het Hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF 'S-GRAVENHAGE

raadkamer beklagzaken

BESCHIKKING

gegeven op het beklag, op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[klager]

klager,

in deze zaak woonplaats kiezende ten kantore van zijn raadsvrouw mr. C.W. Noorduyn, advocaat, kantoor houdende aan de 't Hoenstraat 5, (2596 HX) te 's-Gravenhage.

  1. Het beklag

    Het klaagschrift is op 13 maart 2012 door het hof ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie te Rotterdam om [beklaagde], beklaagde, niet te vervolgen ter zake van wederspannigheid alsmede ter zake van het niet opvolgen van een ambtelijk bevel, als bedoeld in respectievelijk de artikelen 180 en 184 van het Wetboek van Strafrecht.

  2. Het verslag van de advocaat-generaal

    Bij verslag van 7 mei 2012 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag gegrond te verklaren en de strafvervolging te gelasten van beklaagde.

  3. De stukken betreffende het beklag

    Het hof heeft, behalve van de reeds genoemde stukken, onder meer kennisgenomen van de in deze zaak door de politie opgemaakte processen-verbaal en van het ambtsbericht van de hoofdofficier van justitie te Rotterdam van 1 mei 2012.

  4. De behandeling in raadkamer

    De meervoudige beklagkamer heeft op 1 augustus 2012 het klaagschrift in raadkamer behandeld. Klager en zijn raadsvrouw mr. C.W. Noorduyn zijn verschenen en hebben het beklag toegelicht.

    Beklaagde is gehoord.

    De advocaat-generaal mr. C.E. Pronk-Jordan heeft in raadkamer -overeenkomstig het eerdere schriftelijke verslag- geconcludeerd tot het gegrond verklaren van het beklag en het gelasten van de strafvervolging van beklaagde ter zake van wederspannigheid terwijl het misdrijf of de daarmee gepaard gaande feitelijkheden zwaar dan wel enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft/hebben als bedoeld in artikel 181 van het Wetboek van Srafrecht, alsmede ter zake van het niet opvolgen van een ambtelijk bevel als bedoeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht.

  5. Ontvankelijkheid van het beklag

    Desgevraagd hebben klager en zijn raadsvrouw in raadkamer te kennen gegeven dat het beklag niet ziet op het verzoek tot vervolging van beklaagde ter zake van mishandeling van klager.

    Ter zake van het verzoek tot vervolging ter zake van wederspannigheid en het niet voldoen aan een ambtelijk bevel overweegt het hof als volgt.

    Het beleid van het openbaar ministerie er - naar 's hofs oordeel terecht - op gericht om geweld gericht tegen politieambtenaren en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT