Voorlopige voorziening+bodemzaak van Centrale Raad van Beroep, September 25, 2012

Datum uitspraak:2012/09/25
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Beëindiging bijstand: geen recht op bijstand wegens niet rechtmatig verblijf in Nederland. Een eventuele positieve verplichting om recht te doen aan artikel 8 van het EVRM ten aanzien van vreemdelingen als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de WWB moet niet met toepassing van de WWB gestalte worden gegeven.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/3603 WWB-VV, 12/3604 WWB-VV, 12/3605 WWB-VV

12/3598 WWB, 12/3600 WWB, 12/3601 WWB

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening

Partijen:

[A. en B. te C.] (verzoekers)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn (college)

Datum uitspraak: 25 september 2012

PROCESVERLOOP

Namens verzoekers heeft mr. P.B.Ph.M. Bogaers, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 5 juni 2012, 09/2832 (aangevallen uitspraak), en tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Verzoekers hebben nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 september 2012. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door mr. Bogaers. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.H.L. Boogaard.

OVERWEGINGEN

  1. De voorzieningrechter gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Verzoekers hebben de [nationaliteit] nationaliteit. Bij besluiten van de staatssecretaris van justitie van 30 november 2006 zijn verzoekers ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000.

    1.2. Verzoekers ontvingen vanwege de gemeente Baarn bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). Bij besluit van 17 maart 2008 heeft het college de bijstand met ingang van 1 april 2008 beëindigd.

    1.3. Bij besluit van 1 oktober 2009 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 17 maart 2008 ongegrond verklaard. Daaraan is ten grondslag gelegd dat verzoekers geen recht op bijstand hebben omdat zij niet rechtmatig in Nederland verblijven. Als gevolg van een op 1 december 2009 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht met betrekking tot het bestreden besluit getroffen voorlopige voorziening, is de verlening van bijstand aan verzoekers voortgezet.

    1.4. Bij uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Utrecht, van 25 maart 2011 is het beroep van verzoekers tegen de besluiten op bezwaar van 14 april 2009, waarbij de ongewenstverklaring van verzoekers is gehandhaafd, ongegrond verklaard. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft die uitspraak bij uitspraak van 9 december 2011 bevestigd. Als gevolg daarvan eindigde de voorlopige voorziening met betrekking tot het bestreden besluit.

  2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van verzoekers...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT