Herziening van Centrale Raad van Beroep, 12 oktober 2012

Datum uitspraak:12 oktober 2012
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om herziening. Geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, lid 1, van de Awb.

 
GRATIS UITTREKSEL

10/6861 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 november 2010, 09/4927 ZW

Partijen:

[A. te B. ] (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van de Raad.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2012. Verzoeker is verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

  1. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet en artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

    a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

    b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

    c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

  2. Bij de uitspraak waarvan thans herziening wordt verzocht heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 augustus 2009 met nummer 08/1004 in hoger beroep bevestigd. De rechtbank heeft bij haar uitspraak het beroep van verzoeker ongegrond verklaard. Het beroep steunde op de opvatting van verzoeker dat het dagloon voor zijn Ziektewetuitkering door het Uwv verkeerd berekend was. De rechtbank achtte het dagloon juist.

  3. Verzoeker heeft thans aangevoerd dat de desbetreffende uitspraak van de Raad in strijd is met het recht en dan met name dat de Raad verzuimd heeft fouten te herstellen die het Uwv heeft gemaakt met betrekking tot de vaststelling van het dagloon voor zijn Ziektewetuitkering.

  4. De Raad komt tot het volgende oordeel.

    4.1. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb. De Raad merkt hierbij op dat verzoeker had moeten aantonen dat het gaat om feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór 11 november 2010 en die bij verzoeker pas daarna bekend zijn geworden. Dat door het Uwv bij de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT