Raadkamer van Gerechtshof Arnhem, 8 oktober 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 8 oktober 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering. Gronden van billijkheid. Zoon van advocaat wordt ter zake van baldadigheid bijgestaan door kantoorgenoten. Feiten en omstandigheden doen het hof ernstig twijfelen aan het realiteitsgehalte van de declaraties en wijzen erop dat de declaraties zijn opgesteld met het oog op het verkrijgen van een vergoeding op grond van artikel... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM

Pkn: 21-002379-11

Avnr: 516-12

Het hof heeft gezien het op 17 april 2012 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift van:

[naam verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

domicilie kiezende te [adres kantoor raadsvrouw],

ten kantore van zijn raadsvrouw,

hierna te noemen verzoeker,

ingediend door mr. [raadsvrouw], advocaat te [plaatsnaam], strekkende tot toekenning van een vergoeding ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering in de kosten van de raadsman, vermeerderd met de kosten voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift.

Het hof heeft gehoord in openbare raadkamer van 27 augustus 2012 de advocaat-generaal en namens verzoeker mr. [raadsvrouw] voornoemd. Verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Het hof heeft kennis genomen van de overige zich in het procesdossier bevindende stukken, waaronder de conclusie van de advocaat-generaal en de brief van de raadsvrouw van 31 augustus 2012.

OVERWEGINGEN

  1. Bij in kracht van gewijsde gegaan arrest van de enkelvoudige kamer van het hof van 19 maart 2012 is verzoeker vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. De zaak is derhalve geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

  2. Het verzoekschrift is tijdig ingediend en is in zoverre ontvankelijk.

  3. De advocaat-generaal heeft volhard bij de eerdere schriftelijke conclusie in die zin dat de gevraagde vergoeding in de kosten van rechtsbijstand in hoger beroep – gelet op de beperkte complexiteit van de zaak – naar maatstaven van billijkheid dient te worden gematigd tot een bedrag van € 1.000,=.

  4. De raadsvrouw heeft gepersisteerd bij het verzoek en ter zitting aangevoerd dat de onderhavige zaak een principieel karakter draagt waardoor er veel tijd is besteed aan voorstudie.

  5. Ingevolge artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering kan, indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, aan de gewezen verdachte of zijn erfgenamen, op een verzoek ingediend binnen drie maanden na beëindiging van de zaak, uit 's Rijks kas een vergoeding worden toegekend in de kosten van een raadsman.

    Op grond van artikel 90, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT