Raadkamer van Gerechtshof Leeuwarden, October 17, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/10/17
Uitgevende instantie::Gerechtshof Leeuwarden
SAMENVATTING

89 en 591a Sv en 6 EVRM. Schadevergoeding na ondergane detentie. Het shakenbabysyndroom. Vrijspraak. Onschuldpresumptie. Wel gronden van billijkheid om tot schadevergoeding over te gaan, maar geen hogere vergoeding dan conform de gebruikelijke tarieven.

 
GRATIS UITTREKSEL

Raadkamernummers: 24-0640-12 en 24-0641-12

Parketnummer eerste aanleg: 07-607296-08

Raadkamernummer eerste aanleg: 11-741 en 11-742

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Beschikking d.d. 17 oktober 2012 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige raadkamer, op het hoger beroep tegen een beschikking ex artikel 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering d.d. 29 februari 2012 van de rechtbank Zwolle-Lelystad op een verzoek van:

[verzoekster],

geboren op [geboortedatum] [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats]

verschenen in persoon en bijgestaan door haar advocaat mr. D.G. Nagel, advocaat te Almere-Buiten.

De beschikking waarvan beroep

De rechtbank heeft bij voormelde beschikking verzoekster een vergoeding toegekend van

€ 540,- voor het indienen en de behandeling van het verzoekschrift en het meer of anders verzochte afgewezen.

De inhoud van het verzoek

Verzoekster vraagt vergoeding ten laste van de Staat voor de schade welke zij ten gevolge van ondergane detentie in een strafzaak heeft geleden ten bedrage van € 10.340,-, nader gespecificeerd als volgt:

3 dagen politiecel x € 350,-

35 dagen Huis van Bewaring x € 250,-

Voorts vraagt verzoekster een vergoeding voor de gemaakte kosten voor de indiening en de behandeling in raadkamer van het verzoekschrift.

In openbare raadkamer heeft verzoekster het verzoek aangevuld en vergoeding gevraagd voor de kosten van de advocaat voor de behandeling van het verzoekschrift in hoger beroep en haar eigen reiskosten in verband met het bijwonen van die behandeling.

De ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verzoekster is blijkens akte d.d. 27 maart 2012 op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormelde beschikking in hoger beroep gekomen.

De behandeling in raadkamer

Het hof heeft in openbare raadkamer van 3 oktober 2012 gehoord de advocaat-generaal alsmede verzoekster en haar advocaat.

Voorts heeft het hof gezien de stukken, waaronder het verzoekschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken.

De beoordeling van het hoger beroep

Het hof verstaat dat geen hoger beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 29 februari 2012 voor zover daarbij een vergoeding is toegekend op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering voor de kosten voor het indienen en de behandeling van het verzoekschrift.

Verzoekster voert aan dat de rechtbank bij de beoordeling van het verzoek om schadevergoeding zich opnieuw heeft uitgelaten over de eventuele schuld van verzoekster aan de haar ten laste gelegde feiten. Nu verzoekster daarvan bij vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 10 mei 2011 is vrijgesproken, heeft de rechtbank daarmee in strijd gehandeld met de in artikel 6, tweede lid...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT