Herziening van Centrale Raad van Beroep, 18 oktober 2012

Datum uitspraak:18 oktober 2012
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Verzoek om herziening. Kennelijk niet-ontvankelijk wegens verzuim betaling griffierecht binnen de termijn.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/3660 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 in verbinding met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 oktober 2011, 10/2842

Partijen:

[A. te B.] (verzoeker)

De Pensioen- en Uitkeringsraad

Datum uitspraak: 18 oktober 2012

PROCESVERLOOP

[L.] heeft namens verzoeker, bij een door de Raad op 22 juni 2012 ontvangen brief, een verzoek om herziening ingediend van de door de Raad op 13 oktober 2011 tussen partijen gewezen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 22 van de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het verzoekschrift een griffierecht wordt geheven.

Bij brief van 5 juli 2012 is de gemachtigde van verzoeker erop gewezen dat een griffierecht van € 35,-- is verschuldigd, en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep moet zijn bijgeschreven.

Bij aangetekende brief van 6 augustus 2012 is de gemachtigde van verzoeker nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen 28 dagen na de datum van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig betaald is, verzoeker er rekening mee moet houden dat het verzoek om herziening niet inhoudelijk behandeld zal worden.

De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.

Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest, acht de Raad het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

De Raad overweegt voorts ten overvloede dat het verzoek om herziening eveneens niet-ontvankelijk zou kunnen worden verklaard op de grond...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT