Wraking van Gerechtshof Amsterdam, 16 oktober 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:16 oktober 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
SAMENVATTING

Wrakingsverzoek in notariszaak afgewezen.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

WRAKINGSKAMER

BESCHIKKING

op het verzoek van:

[naam],

wonend te [woonplaats],

verzoekster.

  1. Het verzoek en de rechtsgang

    1.1 Het verzoekschrift, gedateerd 8 juni 2012, is op 10 juni 2012 per e-mail ontvangen en op 12 juni 2012 per post binnengekomen ter griffie van het gerechtshof Amsterdam. Het verzoekschrift is toegelicht bij brieven van 18 juni 2012 en 17 augustus 2012. Het verzoek strekt tot wraking van mr. A.L.G.A. Stille, voorzitter van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer tijdens de behandeling op 7 juni 2012 van de zaak met zaaknummer 200.097.264/01 NOT, een beroep van verzoekster gericht tegen een beslissing van de Kamer van Toezicht te ’s-Hertogenbosch (hierna: de kamer).

    Bij brief van 17 augustus 2012 heeft mr. Stille te kennen gegeven dat hij niet berust in de wraking en opmerkingen gemaakt ten aanzien van het wrakingsverzoek.

    1.2 De wrakingskamer van het hof heeft op 26 september 2012 het wrakingsverzoek ter openbare terechtzitting behandeld. Bij de openbare behandeling is niemand verschenen.

  2. Beoordeling

    2.1 Ter onderbouwing van haar verzoek voert verzoekster aan dat mr. Stille, voorzitter ter zitting van 7 juni 2012, zich er niet van heeft vergewist dat bij de behandeling van het hoger beroep van het verzoekschrift alle partijen alle stukken in hun bezit hadden. Door nalatigheid van mr. Stille is hier de rechterlijke onpartijdigheid in het geding, aldus verzoekster.

    2.2 Bij zijn schriftelijke reactie van 17 augustus 2012 heeft mr. Stille betwist zich er tijdens de mondelinge behandeling niet van te hebben vergewist dat alle partijen alle stukken van de procedure in hun bezit hadden. Als voorzitter van de notariskamer begint hij een mondelinge behandeling steeds met een uiteenzetting van de zaak onder vermelding van de schriftelijke stukken waarover het hof beschikt. Zo ook in dit geval, waarbij verzoekster desgevraagd heeft verklaard over de door hem opgesomde stukken te beschikken, aldus...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT