Herziening van Centrale Raad van Beroep, 2 november 2012

Datum uitspraak: 2 november 2012
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

1) Verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 15 december 2011, LJN BU8983. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. Het door verzoeker ingenomen standpunt dat in de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd geen juiste beoordeling heeft plaatsgevonden is geen feit of omstandigheid waarop artikel 8:88 van de Awb ziet. Het... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/397 Wajong

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 15 december 2011, 11/947

Partijen:

[Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 2 november 2012

PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. H.A. van der Kleij, advocaat, een verzoek om rectificatie dan wel herziening van bovengenoemde uitspraak van de Raad ingediend.

De Raad heeft in een schrijven van 17 januari 2012 aan verzoeker meegedeeld geen aanleiding te zien om tot verbetering van zijn uitspraak over te gaan.

Het Uwv heeft een zienswijze ingediend.

Verzoeker heeft nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 september 2012. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. Van der Kleij. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door T. van der Weert.

OVERWEGINGEN

  1. Ten aanzien van het ter zitting herhaalde verzoek om rectificatie wordt verwezen naar bovenvermelde brief van de Raad.

  2. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet in verbinding met

    artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

    1. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

    2. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

    3. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

  3. Bij de uitspraak waarvan herziening is verzocht, gepubliceerd onder LJN BU8983, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 30 december 2010, 07/1160, bevestigd. Bij deze uitspraak heeft de rechtbank het door verzoeker ingestelde beroep tegen het besluit van het Uwv van 22 april 2008 ongegrond verklaard. Met laatstgenoemd besluit heeft het Uwv de weigering om verzoeker een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) toe te kennen gehandhaafd.

  4. Verzoeker heeft betoogd dat, gelet op de in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak LJN BU8983 ingediende gronden, de arbeidskundige beoordeling, zoals deze is neergelegd in de uitspraak van de Raad waarvan herziening is gevraagd, niet volledig is geweest. Hij heeft stukken van arbeidskundige aard overgelegd. Verzoeker merkt voorts de rapportage van de GZ-psycholoog...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT