Herziening van Gerechtshof Amsterdam, 24 oktober 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:24 oktober 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
SAMENVATTING

Verzoek herziening uitspraak in een zaak waarin de Hoge Raad de uitspraak van het Hof uitsluitend op het punt van de boetebeschikkingen heeft vernietigd en verwezen . Het Hof verwerpt de stelling van de gemachtigde dat ter zake van de overige beschikkingen sprake is van een onherroepelijk vaststaande uitspraak in de zin van artikel 8:88, eerste lid, Awb en verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerk 11/00934

uitspraak van de zesde enkelvoudige belastingkamer

op het verzoek van

[X] te [Z], België (voorheen te [...]), belanghebbende,

gemachtigde mr. J.M.H. Römkens te Maastricht, de gemachtigde,

tot herziening van de uitspraak van de twaalfde enkelvoudige belastingkamer van het Hof van 10 juni 2010 in de zaak met kenmerk 04/03030

in het geding tussen

belanghebbende

en

de Inspecteur Belastingdienst Utrecht-Gooi/kantoor Hilversum, de inspecteur.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    1.1. Bij zijn bovenvermelde uitspraak heeft het Hof beslist op het beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de inspecteur betreffende aan belanghebbende tegen de uitspraken van de inspecteur betreffende de aan belanghebbende opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 1990 tot en met 1999 en de aanslag IB/PV voor het jaar 2000, alsmede tegen de uitspraken betreffende de kwijtscheldingsbesluiten ter zake van de in de navorderingsaanslagen begrepen verhogingen respectievelijk de gelijktijdig met de navorderingsaanslagen en de aanslag jegens belanghebbende genomen boetebeschikkingen. Voorts werd het beroep geacht mede te zijn gericht tegen de uitspraken van de inspecteur betreffende de gelijktijdig met de navorderingsaanslagen en de aanslag genomen beschikkingen inzake in rekening gebrachte heffingsrente.

    1.2. Bij zijn arrest van 25 november 2011, nr. 10/3348, LJN BU5634 (hierna: het arrest) , heeft de Hoge Raad het tegen de onder 1.1 bedoelde uitspraak ingestelde cassatieberoep van belanghebbende gegrond verklaard, de uitspraak van het Hof vernietigd uitsluitend wat betreft de verhogingen voor de jaren 1990 tot en met 1997 en de opgelegde boeten voor de jaren 1998 tot en met 2000 en het geding verwezen naar het gerechtshof te ’s Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.

    1.3. Bij geschrift van 8 december 2011, bij het Hof ingekomen op 9 december 2011, heeft de gemachtigde het Hof verzocht om herziening van zijn onder 1.1 bedoelde uitspraak.

    1.4. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Daartoe door het Hof in de gelegenheid gesteld, heeft de gemachtigde een conclusie van repliek ingediend, waarna de inspecteur een conclusie van dupliek heeft ingediend.

    1.5. Op 10 september 2012 zijn ter griffie nadere stukken van de gemachtigde ontvangen. Een afschrift daarvan is voor de aanvang van het onderzoek ter zitting op 12...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT