Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Roermond, 13 november 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:13 november 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Roermond
SAMENVATTING

Trefwoorden: Artikel 5 Wko; kinderopvangtoeslag; “te betalen kosten”; Oma van Roodkapje Samenvatting: In geschil is (primair) hoe het begrip “te betalen kosten” dient te worden uitgelegd, zoals opgenomen in artikel 5 van de Wet kinderopvang (Wko). De rechtbank acht de voorliggende materie vergelijkbaar met de wettelijke regels betreffende het kostenbegrip in belastingzaken. Daarom zoekt zij... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ROERMOND

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12 / 540

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2012 in de zaak tussen

[Eiser], te Reuver, eiser

(gemachtigde: mr.drs. B. Pijnaker)

en

de Belastingdienst Toeslagen, kantoorhoudende te Utrecht, verweerder.

(gemachtigde: mr. E. Hoekman).

Procesverloop

Bij besluit van 17 maart 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder het recht op kinderopvangtoeslag als bedoeld in de Wet kinderopvang (Wko) over 2009 herzien.

Bij besluit van 19 maart 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank op 7 augustus 2012.

Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

  1. Eiser ontving – voor zover hier van belang – eerder over het kalenderjaar 2009 een voorschot kinderopvangtoeslag als tegemoetkoming in de kosten van opvang voor zijn kind. Er was sprake van gastouderopvang via (onder meer) gastouderbureau [gastouderbureau]. Verweerder heeft het recht op kinderopvangtoeslag in verband met de opvang via dat gastouderbureau nadien echter op nihil gesteld. Volgens verweerder heeft eiser namelijk niet aangetoond dat hij (in zoverre) in 2009 kosten voor kinderopvang heeft gemaakt. Er is – per saldo – geen sprake van een eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang (waarmee verweerder doelt op dat deel van de kosten dat resteert nadat de overheid en de werkgever hun aandeel in de kosten voor kinderopvang hebben geleverd). De gastouder heeft eiser namelijk via het gastouderbureau steeds een bedrag ter hoogte van de eigen bijdrage teruggeschonken. Hiermee is volgens verweerder sprake van een schenkingsconstructie die oneigenlijk gebruik van de kinderopvangtoeslag inhoudt en bestaat er achteraf bezien geen recht op kinderopvangtoeslag.

  2. Eiser betoogt daarentegen dat de kinderopvangtoeslag over 2009 ten onrechte op nihil is gesteld, waar het gaat om de opvang via gastouderbureau [gastouderbureau]. Volgens eiser is voldoende duidelijkheid verschaft over de gang van zaken. Eiser heeft per 1 oktober 2008 een gastouderovereenkomst afgesloten met een gastouder, mevrouw [gastouder]. De gastouder heeft de oppaskosten in rekening gebracht bij de vraagouder (eiser). Deze oppaskosten zijn door gastouderbureau [gastouderbureau] van de rekening van eiser geïncasseerd en steeds per ommegaande doorgestort naar de gastouder. Eiser erkent daarnaast dat de gastouder schenkingen aan eiser heeft gedaan om hem te compenseren voor de door hem te betalen eigen bijdrage in de oppaskosten. Die schenkingen zijn - als extra service - door het gastouderbureau bij de gastouder geïncasseerd en doorgestort op de rekening van eiser. Volgens eiser blijven betaalde oppaskosten echter kosten, ook al is er sprake van schenkingen die even groot zijn als de maandelijkse eigen bijdrage van eiser. Uit de wet noch de wetsgeschiedenis volgt bovendien dat de kosten voor kinderopvangtoeslag gesaldeerd moeten worden met een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT