Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Assen, November 13, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/11/13
Uitgevende instantie::Rechtbank Assen
SAMENVATTING

Het bewezen geachte levert respectievelijk op: meer subsidiair onder A: vernieling, strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht; meer subsidiair onder B: bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat en met brandstichting, strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. Strafmotivering De rechtbank ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.810306-11

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 13 november 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

wonende te [woonplaats].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 30 oktober 2012.

De verdachte is verschenen.

De tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 16 februari 2009 tot en met 17 februari 2009, te [plaats delict], ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in/op/aan een garage, staande tegen/bij een woning aan/nabij de [adres], met dat opzet een gat in het dak van die garage/kantoorruimte gemaakt en/of (vervolgens) (een)

hoeveelhe(i)d(en) benzine en/of luchtdrukolie, althans (een) brandbare stof(fen) door dat gat heeft gegooid, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die garage/kantoorruimte en/of een

(belendende) woning en/of de inboedel van die woning, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in die woning aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 16 februari 2009 tot en met 17 februari 2009, te [plaats delict], ter voorbereiding van het misdrijf brandstichting en/of teweegbrenging van een ontploffing, opzettelijk (een) hoeveelhe(i)den benzine en/of luchtdrukolie, althans (een) brandbare (vloei)stof(fen) bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

A.

hij in of omstreeks de periode van 16 februari 2009 tot en met 17 februari 2009, te [plaats delict], opzettelijk en wederrechtelijk een garage/kantoorruimte, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

en/of

B.

hij in of omstreeks de periode van 16 februari 2009 tot en met 17 februari 2009, te [plaats delict],

[D] en/of de heer en/of familie [V], heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht en/of met brandstichting en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

immers heeft verdachte een gat in het dak van een garage/kantoorruimte van die [D] en/of de heer en/of familie [V] gemaakt en/of (vervolgens) (een) hoeveelhe(i)d(en) benzine en/of luchtdrukolie, althans (een) brandbare stof(fen) door dat gat heeft gegooid;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. W. Huizing acht hetgeen subsidiair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot

- een werkstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis;

- een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, onder de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht zoals geadviseerd in het reclasseringsrapport d.d. 19 september 2012.

De voorvragen

De...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT