Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Assen, 13 november 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:13 november 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Assen
SAMENVATTING

De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor weergegeven MMA-melding onvoldoende concreet en niet genoegzaam getoetst is om op zichzelf de grondslag te kunnen vormen voor een redelijk vermoeden als bedoeld in artikel 9 van de Opiumwet. De rechtbank stelt vast dat -behoudens een adrestoetsing- geen nader onderzoek is verricht, om de betrouwbaarheid van de informatie te toetsen. Gelet op de omstandigheid dat een onderzoek in de woning naar aanleiding van een eerdere MMA melding niets had opgeleverd, was nu extra reden om terughoudendheid te betrachten en nader onderzoek te verrichten. Gelet op het voorgaande is de rechtbank -met de raadsman- van oordeel dat, bij... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.810465-10

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 13 november 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,

wonende te [woonplaats].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 30 oktober 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. M. Veldman, advocaat te Amsterdam.

De tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

  1. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 16 juni 2006 tot en met 1 juli 2010, in elk geval in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 juli 2010, te [plaats delict], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in het pand [plaats delict]) (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 juli 2010) (ongeveer) 803 hennepplanten, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

    zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

    art 3 ahf/ond B Opiumwet

    art 3 ahf/ond C Opiumwet

    art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

    althans, indien ter zake het vorenstaande geen veroordeling en strafoplegging mocht volgen, dat

    hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2006 tot en met 1 juli 2010 in [plaats delict], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, een aantal hennepplanten, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet

  2. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 16 juni 2006 tot en met 1 juli 2010, te [plaats delict], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [plaats delict], (telkens) heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

    waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

    art 310 Wetboek van Strafrecht

    art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

    art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

    Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

    De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat “verdachte en/of zijn mededader(s)” lezen alsof daar staat “verdachte en/of zijn medeverdachte(n)”. De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

    De officier van justitie mr. M. Kappeyne van de Coppello acht hetgeen onder 1 subsidiair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, alsmede tot een geldboete van 1500 euro, te vervangen door 30 dagen hechtenis.

    Ten aanzien van feit 1 primair en feit 2 vraagt de officier van justitie vrijspraak.

    De voorvragen

    De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT