Raadkamer van Gerechtshof Leeuwarden, November 19, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/11/19
Uitgevende instantie::Gerechtshof Leeuwarden
SAMENVATTING

Het hof formuleert als uitgangspunt dat in een strafzaak waar verzekering en voorlopige hechtnis zijn toegepast, zonder dat een straf of maatregel is gevolgd, - naar achteraf is gebleken - sprake is geweest van een onrechtmatige vrijheidsberoving waarvoor compensatie in de vorm van schadevergoeding moet worden toegekend.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Raadkamernummer: 000452-12

Perketnummer hoger beroep: 24-002153-09

parketnummer eerste aanleg: 07-630433-08

Beschikking d.d. 19 november 2012 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige raadkamer, op het verzoek ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering van:

[verzoeker]

geboren in het jaar 1948 te [geboorteplaats],

woonplaats kiezende te [woonplaats], [adres],

niet verschenen. Wel verschenen is de advocaat van verzoeker mr. A.A. Bos, advocaat te Zwolle.

De inhoud van het verzoek

Verzoeker vraagt vergoeding ten laste van de Staat voor de schade welke hij ten gevolge van ondergane detentie in een strafzaak heeft geleden ten bedrage van € 24.730,-, zoals nader in het verzoekschrift aangegeven.

De behandeling in raadkamer

Het hof heeft in openbare raadkamer van 5 november 2012 gehoord de advocaat-generaal alsmede de advocaat van verzoeker.

Voorts heeft het hof gezien de stukken, waaronder het verzoekschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken.

De beoordeling van het verzoek

Uit het onderzoek in openbare raadkamer is - voor zover hier van belang - het navolgende gebleken:

- tegen verzoeker is een strafzaak aanhangig geweest, behandeld in eerste aanleg onder parketnummer 07-630433-08 door de rechtbank Zwolle-Lelystad en vervolgens in hoger beroep onder parketnummer 24-002153-09 door dit hof op 2 november 2011;

- verzoeker heeft 301 dagen (te weten van 1 oktober 2008 tot en met 20 augustus 2009) in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht;

- verzoeker is bij arrest van dit hof d.d. 16 november 2011 ontslagen van alle rechtsvervolging wegens een geslaagd beroep op noodweerexces;

- voormeld arrest is onherroepelijk geworden op 30 november 2011;

- de strafzaak tegen verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel;

- verzoeker heeft tengevolge van voormelde detentie schade geleden;

- verzoeker heeft het verzoek op de voorgeschreven wijze en tijdig ingediend.

De advocaat-generaal heeft in raadkamer van het hof - overeenkomstig zijn eerder ingediende schriftelijke standpunt d.d. 24 augustus 2012 - bepleit dat er in de onderhavige zaak geen billijkheidsgronden aanwezig zijn om een vergoeding ter zake van immateriële schade aan verzoeker te kennen. Hiertoe is - kort gezegd - aangevoerd dat verzoeker de toepassing van voorlopige hechtenis over zichzelf heeft afgeroepen, nu verzoeker direct na de fatale gebeurtenissen niet de politie heeft geïnformeerd maar is gevlucht naar Engeland. Nu uit...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT