Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Assen, November 13, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/11/13
Uitgevende instantie::Rechtbank Assen
SAMENVATTING

Vrijspraak Uit het proces-verbaal van de Politie Drenthe, district Zuidwest, unit recherche Zuidwest met nummer PL033E 2010039778, sluitingsdatum 17 mei 2011, blijkt dat op 25 juni 2010 via Melding Misdaad Anoniem (MMA) een melding binnenkwam inhoudende dat op het adres [plaats delict] een hennepkwekerij aanwezig was. Op 1 juli 2010 werd in voornoemd pand op zolder een in werking zijnde... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.810259-10

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 13 november 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 30 oktober 2012.

De verdachte is niet verschenen.

De tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

  1. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 16 juni 2006 tot en met 1 juli 2010, in elk geval in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 juli 2010, te [plaats delict], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in het pand [plaats delict]) (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 juli 2010) (ongeveer) 803 hennepplanten, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

    zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

    art 3 ahf/ond B Opiumwet

    art 3 ahf/ond C Opiumwet

    art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

  2. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 16 juni 2006 tot en met 1 juli 2010, te [plaats delict], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand [plaats delict], (telkens) heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

    waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

    art 310 Wetboek van Strafrecht

    art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

    art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

    Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

    De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat “verdachte en/of zijn mededader(s)”...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT