Kort geding van Rechtbank Dordrecht, Voorzieningenrechter, November 22, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/11/22
Uitgevende instantie::Voorzieningenrechter
SAMENVATTING

Executie problemen. Verplichting inzage inkomens- en vermogenspositie schuldenaar. Gedaagde moet een nalatenschap waarover zij - naar velen jaren later blijkt - ten onrechte de beschikking heeft gekregen afdragen aan de erfgenamen. De omvang van de door haar af te dragen gelden zijn vastgesteld, maar de erfgenamen hebben daarvan maar een klein deel kunnen innen. Gedaagde stelt dat er geen gelden... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 100497 / KG ZA 12-189

Vonnis in kort geding van 22 november 2012

in de zaak van

  1. [EISER 1],

  2. [EISERES 2],

  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

    [X] BEHEER B.V.,

    allen wonende respectievelijk gevestigd te Hei- en Boeicop, gemeente Zederik,

    eisers,

    advocaat mr. A.W.M. Willems,

    tegen

    [GEDAAGDE 1],

    voor zich en in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigster van de minderjarige

    [GEDAAGDE 2],

    wonende te Leerdam,

    gedaagde,

    advocaat mr. E. Vels te Leusden.

    Eisers gezamenlijk zullen hierna [Eisers] genoemd worden. Gedaagde zal hierna [Gedaagde 1] genoemd worden, met dien verstande dat gedaagde als wettelijke vertegenwoordigster van de minderjarige [gedaagde 2] slechts mede daarin wordt begrepen indien zulks uitdrukkelijk is vermeld.

  4. De procedure

    1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

    - de dagvaarding d.d. 31 oktober 2012,

    - de mondelinge behandeling ter openbare zitting van 8 november 2012,

    - de door [Eisers] overgelegde producties.

    1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

  5. De feiten

    2.1. Op 13 november 1997 is Roland van de Lücht (verder: erflater) overleden. Eisers sub 1 en 2 zijn de broer en de moeder van erflater. Eiseres sub 3 (verder: de vennootschap) is de vennootschap waarin erflater een ontslagvergoeding in de vorm van een stamrecht had ondergebracht.

    2.2. [Gedaagde 1] is de voormalige echtgenote van erflater. Zij is op 26 mei 1992 van hem gescheiden.

    2.3. Eisers sub 1 en 2 en [Gedaagde 1] hebben geprocedeerd over de vraag wie als erfgenaam van erflater moet worden aangemerkt. Uiteindelijk heeft het gerechtshof Amsterdam bij arrest van 19 oktober 2006 voor recht verklaard dat eisers sub 1 en 2 de erfgenamen zijn en [Gedaagde 1] veroordeeld “om mee te werken aan het doen van een volledige opgave en afdracht van de gehele nalatenschap van erflater aan de familie Van de Lücht”.

    2.4. Bij vonnis van de rechtbank Dordrecht van 20 oktober 2010 is [Gedaagde 1] veroordeeld om aan eisers sub 1 en 2 (verder: de erfgenamen) € 138.053,25, met rente en kosten te betalen en om aan de vennootschap € 6.807,70 en € 104.540,87, met rente en kosten, te betalen.

    2.5. Tegen het voormelde arrest en vonnis staan geen rechtsmiddelen meer open.

    2.6. Tot aan de dagvaarding hebben [Eisers] door middel van executiemaatregelen in totaal een bedrag van € 49.643,07 van [Gedaagde 1] geïnd.

  6. Het geschil

    3.1. [Eisers] vordert na vermindering van eis – samengevat – om [Gedaagde 1] voor zich en in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van [gedaagde 2] te veroordelen om binnen twee weken na het wijzen van dit vonnis:

    a) ten kantore van de raadsman van [Eisers], Mr. A.W.M. Willems (Wintertaling Advocaten & Notaris, de Boelelaan 7, 1083 HJ Amsterdam) volledige opgave te doen van de gehele nalatenschap van erflater vanaf 13 november 1997 t/m 2012 door overlegging van authentieke documenten, danwel door een notaris of accountant gewaarmerkte copieën, van al haar belastingaangiften, belastingaanslagen, alle jaarstukken van ondernemingen waarvan [Gedaagde 1] bestuurder was/is, alle bankafschriften en jaaropgaven van banken, verzekeraars en financiële ondernemingen, voorts alle specificaties van uitkeringen en opnames van bankrekeningen, polissen en andere financiële producten van financiële ondernemingen waarmee [Gedaagde 1] vanaf 13 november 1997 overeenkomsten heeft gesloten, voor zichzelve en of voor haar dochter...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT