Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Alkmaar, 1 november 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 1 november 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Alkmaar
SAMENVATTING

Verweerder heeft terecht bouwvergunning tweede fase verleend voor het oprichten van een schuur met personeelsverblijven. Verweerder heeft geen toepassing hoeven te geven aan het bepaalde in artikel 56a, achtste lid, tweede volzin, van de Woningwet. De rechtbank is van oordeel dat de twee door wanden van elkaar gescheiden ruimten op de eerste verdieping dezelfde gebruiksbestemming hebben en ieder... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ALKMAAR

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/737

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 november 2012 in de zaak tussen

[naam], te [plaatsnaam], eiseres

(gemachtigde: mr. drs. M.L.M. Frantzen),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Texel, verweerder

(gemachtigde: mr. N.A.M. Priems).

Procesverloop

Bij besluit van 29 juni 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder aan [naam.1] (vergunninghouder) een vergunning verleend voor het oprichten van een schuur met personeelsverblijven aan de [adres] te [plaatsnaam].

Bij besluit van 23 januari 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 september 2012. Eiseres is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.

Overwegingen

  1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.

    Op 3 oktober 2007 heeft vergunninghouder een aanvraag om bouwvergunning eerste fase voor het voornoemde bouwplan bij verweerder ingediend.

    Bij besluit van 4 mei 2010 heeft verweerder aan vergunninghouder vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) verleend voor het voornoemde bouwplan.

    Bij besluit van 10 mei 2010 heeft verweerder aan vergunninghouder bouwvergunning eerste fase verleend voor het voornoemde bouwplan.

    Bij besluit van 18 februari 2011 heeft verweerder het bezwaar van onder meer eiseres gericht tegen deze twee besluiten ongegrond verklaard.

    Bij uitspraak van 7 juni 2012 heeft deze rechtbank in de zaak met zaaknummer AWB 11/859 het door eiseres tegen het besluit van 18 februari 2011 ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 18 februari 2011 vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar van eiseres te nemen.

    Tegen deze uitspraak heeft eiseres hoger beroep ingesteld. Verweerder heeft daarnaast een nieuw besluit op het bezwaar van eiseres genomen.

    Op 16 maart 2011 heeft vergunninghouder een aanvraag om bouwvergunning tweede fase voor het voornoemde bouwplan bij verweerder ingediend.

    Verweerder heeft vervolgens het primaire besluit genomen.

    2.1 Ingevolge artikel 1.3, eerste lid, van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), voor zover van belang, blijft, indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.1 van de Wabo een aanvraag om bouwvergunning eerste fase als bedoeld in artikel 56a van de Woningwet (Ww) is ingediend en op dat tijdstip nog geen sprake is van zowel een onherroepelijke bouwvergunning eerste fase als een onherroepelijke bouwvergunning tweede fase, het onmiddellijk voor dat tijdstip geldende recht van toepassing op:

    1. de indiening van een aanvraag om bouwvergunning tweede fase;

    2. de bouwvergunning eerste fase en de bouwvergunning tweede fase.

      De aanvraag om bouwvergunning eerste fase dateert van 3 oktober 2007 en daarmee van voor de inwerkingtreding van de Wabo op 1 oktober 2010. Op 1 oktober 2010 was nog geen sprake van een onherroepelijke bouwvergunning eerste fase, zodat de Ww zoals deze luidde tot 1 oktober 2010, op de (aanvraag om) bouwvergunning tweede fase van toepassing is.

      2.2 Ingevolge artikel 56a, eerste lid, van de Ww, zoals dat luidde tot 1 oktober 2010, wordt een reguliere bouwvergunning op aanvraag in twee fasen verleend.

      Ingevolge artikel 56a, derde lid, van de Ww, zoals dat luidde tot 1 oktober 2010, mag de bouwvergunning tweede fase slechts en moet deze worden geweigerd indien een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel a of b, van toepassing is, met dien verstande dat onderdeel b van dat lid niet van toepassing is voor zover de daar bedoelde voorschriften van stedenbouwkundige aard zijn.

      Ingevolge artikel 56a, achtste lid, van de Ww, zoals dat luidde tot 1 oktober 2010 en voor zover van belang, delen burgemeester en wethouders, indien het bouwplan waarvoor de bouwvergunning eerste fase is verleend als gevolg van hun besluit omtrent de aanvraag om bouwvergunning tweede fase zodanige wijziging behoeft dat naar hun oordeel wederom een toetsing aan de weigeringsgronden van de eerste fase noodzakelijk is, dit onverwijld mede aan de aanvrager van de bouwvergunning tweede fase. Zij stellen hem daarbij in de gelegenheid binnen vijf weken een gewijzigde aanvraag om bouwvergunning eerste fase in te dienen.

      Ingevolge artikel 56b, tweede lid, van de Ww, zoals dat luidde tot 1 oktober 2010, houden burgemeester en wethouders in afwijking van artikel 46, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, de beslissing omtrent de aanvraag om bouwvergunning tweede fase eveneens aan indien er geen grond is om de vergunning te weigeren en toepassing is gegeven aan artikel 56a, achtste lid, tweede volzin. De aanhouding eindigt op de dag na de dag dat een gewijzigde aanvraag om...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT