Herziening van Centrale Raad van Beroep, 29 november 2012

Datum uitspraak:29 november 2012
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om herziening. Geen feiten of omstandigheden die voldoen aan de drie in art. 8:88 Awb omschreven cumulatieve voorwaarden.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/290 WUV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 21 april 2005, 04/3139 WUV

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

Datum uitspraak 29 november 2012.

PROCESVERLOOP

In verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Wet van 15 april 2010, Stb. 2010, 182), is in deze zaak de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank in de plaats getreden van de Raadskamer WUV van de Pensioen en Uitkeringsraad (PUR).

Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder, wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de voormalige Raadskamer WUV van de PUR.

Verzoeker heeft bij brief van 26 december 2011 verzocht om herziening van de genoemde uitspraak van 21 april 2005.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 oktober 2012. Verzoeker is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

1.1. Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in samenhang met artikel 17 van de Beroepswet, kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

  1. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

  2. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

  3. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.2. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als onder 1.1 bedoeld, een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of een discussie over de betrokken uitspraak te openen.

1.3. De uitspraak waarvan herziening wordt verzocht, had betrekking op de ingangsdatum van hernieuwde toekenningen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940 1945 (Wuv), nadat in 1995 eerdere toekenningen op verzoek van verzoeker waren ingetrokken. Geoordeeld is dat deze ingangsdatum, gelet op artikel 34 van de Wuv, terecht is bepaald op de eerste dag van de maand waarin om de hernieuwde toekenning was verzocht, te weten 1 november 2002.

1.4. Verzoeker wijst thans op het bepaalde in artikel 34, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wuv. In dat tweede lid is een aantal...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT