Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Utrecht, July 20, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/07/20
Uitgevende instantie::Rechtbank Utrecht
SAMENVATTING

Trefwoorden:appellabel besluit, concretiserende bas, algemeen verbindend voorschrift Wetsartikelen: artikel 7:1, eerste lid, van de Awb en artikel 8:2, aanhef en onder a, van de Awb, de Regeling bewijsstukken sociale hygiëne Drank-en Horecawet Eiseres heeft verweerder verzocht om een examenbevoegdheid te verkrijgen om Verklaringen Sociale Hygiëne te kunnen afgeven. Verweerder heeft deze brief opgevat als een aanvraag om de Regeling bewijsstukken sociale hygiëne Drank-en Horecawet te wijzigen. De rechtbank ziet zich ambtshalve gesteld voor de vraag of in dit... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 11/4230

uitspraak van de meervoudige kamer van 20 juli 2012 in de zaak tussen

SVM NIVO B.V., te Nieuwegein, eiseres

(gemachtigde: mr. A.D.L. Knook),

en

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder

(gemachtigde: mr. I.L. de Graaf).

Procesverloop

Bij besluit van 14 april 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd om eiseres bevoegd te verklaren voor het afgeven van Verklaringen Sociale Hygiëne. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 28 november 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft de gedingstukken aan de rechtbank doen toekomen en de rechtbank daarbij verzocht om onder toepassing van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor een niet aan eiseres openbaar gemaakt stuk te bepalen dat uitsluitend de rechtbank daarvan kennis mag nemen. De rechtbank heeft dit verzoek geweigerd. Verweerder heeft de rechtbank verzocht het stuk te retourneren. Bij brief van 2 april 2012 heeft de rechtbank gevolg gegeven aan dit verzoek.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 april 2012. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [A] en [B] en haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens zijn ter zitting verschenen mr. K. Hollemans en mr. drs. M.H. van Vught, werkzaam bij verweerder.

Overwegingen

  1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan. Eiseres heeft zich bij brief van 27 januari 2011 tot verweerder gewend met het verzoek om een examenbevoegdheid te verkrijgen om Verklaringen Sociale Hygiëne te kunnen afgeven. Verweerder heeft deze brief opgevat als een aanvraag om de Regeling bewijsstukken sociale hygiëne Drank-en Horecawet, geldig vanaf 1 januari 1996, Stcr. 1995, 249, laatstelijk gewijzigd per 8 februari 2010, Stcr. 2010, 2263 (de Regeling), te wijzigen.

  2. In het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat de aanwijzing in de Regeling van Svh Onderwijscentrum te Zoetermeer als instantie om de examens sociale hygiëne af te nemen, niet als een algemeen verbindend voorschrift moet worden beschouwd, maar als een concretiserend besluit van algemene strekking. Immers, zo stelt verweerder, dit onderdeel laat onverlet de bevoegdheid van de minister om voor het afnemen van examens sociale hygiëne meerdere examencommissies aan te wijzen. De aanvraag van eiseres moet dan ook worden gezien als een verzoek tot wijziging van de Regeling en het bezwaar is gericht tegen de weigering dit verzoek in te willigen. Naar verweerders mening is daarmee sprake van een appellabel besluit. Eiseres onderschrijft dit standpunt.

  3. De rechtbank ziet zich, voordat inhoudelijk gekeken kan worden naar de besluitvorming, ambtshalve gesteld voor de vraag of in dit geval sprake is van een appellabel besluit. Artikel 7:1, eerste lid, van de Awb bepaalt - voor zover van belang - dat degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een administratieve rechter in te...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT