Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Arnhem, July 04, 2008

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2008/07/04
Uitgevende instantie::Rechtbank Arnhem
SAMENVATTING

Schadevergoeding voor gemaakte kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase in verband met onrechtmatige besluiten. Aansluiting bij de jurisprudentie van de civiele rechter. Kosten redelijk? Ten onrechte geen vergoeding van de interne kosten (in de vorm van inzet van eigen medewerkers van eisers bedrijf) gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

registratienummer: AWB 07/4190

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van 4 juli 2008

inzake

Hazenhof Management BV, eiseres,

gevestigd te Arnhem,

tegen

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

  1. Aanduiding bestreden besluit

    Besluit van verweerder van 24 augustus 2007.

  2. Procesverloop

    Bij brief van 7 oktober 2003 heeft eiseres aan verweerder schadevergoeding verzocht in verband met kosten van rechtsbijstand.

    Bij besluit van 16 mei 2007 heeft verweerder de kosten voor rechtsbijstand gedeeltelijk vergoed. Voor het overige is de gevraagde schadevergoeding afgewezen.

    Bij het in rubriek 1 aangeduide besluit heeft verweerder het hiertegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 16 mei 2007 gehandhaafd.

    Tegen dit besluit is beroep ingesteld en door verweerder is een verweerschrift ingediend. Naar deze en de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.

    Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 11 april 2008. Eiseres is aldaar verschenen, vertegenwoordigd door [A] en [B]. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. W. Zwanink.

  3. Overwegingen

    Bij besluiten van 10, 11, 15, 17, 18 en 22 juni 1998 heeft verweerder aan eiseres premienota's en bij besluiten van 15 en 22 juni 1998 boetenota's opgelegd over de jaren 1994 tot en met 1997 wegens vermeende frauduleuze praktijken bij de betaling van reis- en verblijfskostenvergoedingen, doorbetaalde Ziektewetuitkeringen en betalingen aan zelfstandige onderaannemers. De hiertegen door eiseres gemaakte bezwaren zijn bij besluit van 9 december 1998 ongegrond verklaard, waarna beroep bij de rechtbank is ingesteld. Bij uitspraak van 6 juni 2000 heeft de rechtbank laatstgenoemd besluit vernietigd. In zijn uitspraak van 20 februari 2003 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) de uitspraak van de rechtbank bevestigd - in zoverre dat de vernietiging van het bestreden besluit van 9 december 1998 is bevestigd - behoudens voor zover daarbij het bestreden besluit ten aanzien van de bovenmatige onkostenvergoedingen is vernietigd.

    Bij brief van 7 oktober 2003 heeft eiseres verweerder verzocht om vergoeding van de als gevolg van de vernietigde besluiten geleden schade, bestaande uit de kosten van door derden verleende rechtsbijstand tijdens de bezwaarfase, de interne kosten en reiskosten. Tevens maakt eiseres aanspraak op de wettelijke rente over de hier bedoelde kosten. Het verzoek is aangevuld bij brief van 21 januari 2007.

    In zijn besluit van 16 mei 2007 heeft verweerder een gedeelte van de schade vergoed, te weten de kosten van Derks-Star Bussman-Hanotiau advocaten (verder te noemen: Derks), ad € 17.270,16, de kosten van de registeraccountant, ad € 10.164,68 en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT