Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Assen, 4 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 4 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Assen
SAMENVATTING

Rechtbank veroordeelt verdachte voor brandstichting tot een deels onvoorwaardelijke gevangenissstraf met verplichte behandeling.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830155-12

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 04 december 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [datum] 1972,

verblijvende te [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 25 september 2012 en 20 november 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. D.C. Keuning, advocaat te Groningen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

zij op of omstreeks 15 juni 2012 in de gemeente Assen opzettelijk brand heeft

gesticht in een woning aan/nabij de [straat], immers heeft verdachte toen

aldaar opzettelijk een hoeveelheid benzine, althans een brandbare (vloei)stof,

gegoten/gesprenkeld over een of meer in die woning staand(e) meubelstuk(ken),

althans brandba(a)r(e) voorwerp(en) en/of (vervolgens) die benzine/(vloei)stof

in brand gestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht

en/of laten komen met enig in die woning aanwezig brandbaar materiaal, ten

gevolge waarvan (een deel van) de inboedel van die woning geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of de (andere) daarin aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. G. Wilbrink acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* een gevangenisstraf voor de duur van 229 dagen, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en als bijzondere voorwaarden:

* een gebod om zich te melden bij de reclassering;

* een behandelverplichting bij Forensische Polikliniek de Tender te Zwolle;

* een drugs- en alcoholverbod, mede inhoudende urinecontroles;

* een contactverbod met [benadeelde 1];

* 240 uren werkstraf, subsidiair 120 dagen hechtenis;

* opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis;

* toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1], groot € 1000,--, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

* toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2], groot € 1684,35, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmotivering

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en zij noch haar raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met onderstaande opgave van bewijsmiddelen:

- de verklaring van verbalisant [verbalisant 1]1;

- de verklaring van aangever [aangever]2;

- de verklaring van verbalisant [verbalisant 2]3;

- een brandonderzoek door verbalisant [verbalisant 3]4;

- de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT