Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Roermond, 5 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 5 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Roermond
SAMENVATTING

Huiselijk geweld, poging doodslag door met bijl slaan op hoofd slapende partner. Dissociatieve toestand onvoldoende aannemelijk. Wel verminderde toerekening in verband met PTSS. Strafoplegging: gelet op uitdrukkelijke wens slachtoffer en in het belang van de kinderen vindt de strafoplegging plaats in het kader van behandeling.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer : 04/850188-12

Datum uitspraak: 5 december 2012

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum],

wonende te [adres]

  1. Het onderzoek van de zaak

    Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 november 2012.

  2. De tenlastelegging

    De verdachte staat terecht ter zake dat:

    zij op of omstreeks 20 juni 2012 te Mariahoop, in elk geval in de gemeente Echt-Susteren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet deze

    [slachtoffer], meermalen, met een bijl, in elk geval met een hard voorwerp, op en/of tegen diens hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

    art. 287 j° 45 van het Wetboek van Strafrecht;

    Althans indien ter zake het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

    zij op of omstreeks 20 juni 2012 te Mariahoop, in elk geval in de gemeente Echt-Susteren, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een verbrijzelde neus), heeft toegebracht, door deze opzettelijk meermalen met een bijl, in elk geval met een hard voorwerp, op en/of tegen diens hoofd te slaan;

    art. 302 van het Wetboek van Strafrecht;

    Althans indien ter zake al het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

    zij op of omstreeks 20 juni 2012 te Mariahoop, in elk geval in de gemeente Echt-Susteren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel

    toe te brengen, met dat opzet deze [slachtoffer], meermalen, met een bijl, in elk geval met een hard voorwerp op en/of tegen diens hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

    art. 302 j° 45 van het Wetboek van Strafrecht.

  3. De geldigheid van de dagvaarding

    Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

  4. De bevoegdheid van de rechtbank

    Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

  5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

    Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

  6. Schorsing der vervolging

    Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

  7. Bewijsoverwegingen

    7.1.Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

    De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 21 november 2012 gevorderd dat het primair ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

    De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, nu er geen sprake is van voorwaardelijk opzet. Ook dient verdachte te worden vrijgesproken van het subsidiair ten laste gelegde, aangezien het letsel van het slachtoffer niet gekwalificeerd kan worden als zwaar lichamelijk letsel.

    Ten aanzien van het meer subsidiair ten laste gelegde refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

    7.2.Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

    De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

    Samenvatting van de bewijsmiddelen en oordeel van de rechtbank

    [slachtoffer] verklaart in het proces-verbaal van aangifte het volgende:

    Ik woon samen met mijn vriendin, [verdachte] en mijn twee kinderen aan de [adres]. Wij zijn al 15 jaar samen. Op woensdag 20 juni 2012 werd ik plotseling wakker. Ik lag in het midden van het bed op mijn rechterzijde. Ik voelde plotseling harde klappen op mijn hoofd. Ik dacht dat ik aan het dromen was, hierop draaide ik me op mijn rug. Ik voelde meteen weer een klap. Op de slaapkamer was het donker, ik heb verduisterende gordijnen, ik kan mij niet herinneren of ik [verdachte] heb zien slaan. Ik beleefde dit allemaal in een soort roes. Ik voelde zeker tien tot vijftien harde klappen op mijn hoofd en gezicht. Ik weet nog dat ik rechtop ben gaan staan en uit bed ben gestapt. Ik kan mij nog herinneren dat ik heb gezegd: "Hou op, stop hiermee anders sla ik terug!". Ik weet wel nog dat ik ineens een hard voorwerp in mijn rechterhand vast had. Ik zag op mijn zwarte T-shirt en groene boxershort dat dit onder het bloed zat. Ik besefte vervolgens dat de vloer glad van mijn bloed was en dat ik met het harde voorwerp op mijn hoofd en gezicht was geslagen. Ik besefte vervolgens dat [verdachte] recht voor mij stond. Ik heb vervolgens aan [verdachte] gevraagd: "Waar ben jij mee bezig?". Ik hoorde dat zij zei: "Ik wilde jou en mijzelf ombrengen." Ik zag en hoorde vervolgens mijn twee kinderen. Zij stonden aan de deur van onze...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT