Voorlopige voorziening van Rechtbank Dordrecht, 6 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 6 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Dordrecht
SAMENVATTING

Wettelijk kader: artikel 3, tweede lid, van de Wwb (nog) geen sprake van een veranderde intentie bij verzoekster ten aanzien van het duurzaam gescheiden leven van haar echtgenoot. Verweerder heeft niet betwist dat er sprake is geweest van een situatie van huiselijk geweld van de echtgenoot jegens verzoekster. Evenmin is betwist dat de echtgenoot van verzoekster daarvoor een gevangenisstraf heeft... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK DORDRECHT

Sector Bestuursrecht

procedurenummer: AWB 12/1412

uitspraak van de voorzieningenrechter

in het geding tussen

[naam], wonende te [woonplaats], verzoekster,

gemachtigde: mr.drs. A. de Raad, advocaat te Dordrecht,

en

het Drechtstedenbestuur, verweerder,

gemachtigde: M.J. de Wolf, werkzaam bij de Sociale Dienst Drechtsteden (hierna: SDD)

  1. Ontstaan en loop van het geding

    Verweerder heeft bij besluit van 23 oktober 2012 de uitkering die verzoekster op grond van de Wet werk en bijstand (hierna: Wwb) ontving, beëindigd met ingang van 22 oktober 2012.

    Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 31 oktober 2012 bezwaar gemaakt bij verweerder.

    Bij brief van 15 november 2012 heeft zij een verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht.

    Het verzoek om voorlopige voorziening is op 4 december 2012 ter zitting behandeld.

    Verzoekster is ter zitting verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.

    Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

  2. Overwegingen

    2.1. Wettelijk kader

    Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, voor zover hier van belang, kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

    Ingevolge artikel 3, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wwb wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.

    Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wwb heeft iedere in Nederland woonachtige Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien, recht op bijstand van overheidswege.

    2.2. Het bestreden besluit

    Bij het bestreden besluit heeft verweerder besloten de bijstand die verzoekster op grond van de Wwb ontving, te beëindigen omdat zij gehuwd is en niet langer duurzaam gescheiden leeft. Verzoekster kan samen met haar echtgenoot een aanvraag levensonderhoud indienen. Uit de door verweerder ingediende stukken blijkt dat verweerder dit standpunt heeft gebaseerd op de verklaring van verzoekster dat de echtscheidingsprocedure in mei 2012 is gestopt en beide...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT