Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Roermond, 10 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:10 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Roermond
SAMENVATTING

De rechtbank is van oordeel dat eiser niet kan worden gevolgd in zijn standpunten dat de verordening op de heffing en de invordering van leges van de gemeente Roermond onverbindend is en op grond van de reparatiewet geen legesheffing voor een ID-kaart kan plaatsvinden. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de terugwerkende kracht van de reparatiewet tot en met 22 september 2011 niet in strijd is ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ROERMOND

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12 / 118

uitspraak van de meervoudige kamer van 10 december 2012 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. drs. C.M.J.E.P. Meerts),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Roermond, verweerder

(gemachtigden: J.J.M. Slijpen, mr. C.M. Bergman en mr. R.T. Wiegerink).

Procesverloop

Op 29 september 2011 heeft verweerder van eiser een bedrag van € 43,75 aan rechten geheven in verband met de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart (ID-kaart).

Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt.

Bij uitspraak op bezwaar van 21 december 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen dit besluit bij brief van 26 januari 2012 beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2012. Aldaar zijn zowel eiser als zijn gemachtigde, zoals vooraf schriftelijk is aangekondigd, niet verschenen. Namens verweerder zijn verschenen J.J.M. Slijpen, beleidsmedewerker WOZ/heffingen, en mr. C.M. Bergman en mr. C.T. Wiegerink, advocaten.

Overwegingen

  1. De Hoge Raad heeft bij arrest van 9 september 2011 (LJN: BQ4105) geoordeeld dat het in behandeling nemen van een aanvraag om een ID-kaart geen dienst is in de zin van artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet, aangezien niet kan worden aangenomen dat een ID-kaart naar zijn aard in overheersende mate verband houdt met een individualiseerbaar belang. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ID-kaart is het heffen van leges op grond van voormeld artikel 229 van de Gemeentewet, naar het oordeel van de Hoge Raad, dan ook niet mogelijk.

  2. Om legesheffing weer mogelijk te maken is op 21 september 2011 een reparatiewetsvoorstel ingediend genaamd “Regeling van een grondslag voor de heffing van rechten voor de Nederlandse identiteitskaart” (de reparatiewet).

    De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op 21 september 2011 via de landelijke media meegedeeld dat vanaf 22 september 2011 weer betaald moet worden voor een ID-kaart. Nadat de Tweede en Eerste Kamer het wetsvoorstel hadden aangenomen, is de reparatiewet op 14 oktober 2011 gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2011, 440). De reparatiewet is op 15 oktober 2011 in werking getreden en werkt terug tot en met 22 september 2011, zijnde de dag na indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer.

  3. De reparatiewet bevat de volgende artikelen.

    “Artikel 1

    Voor het verrichten van handelingen ten behoeve van de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet door de burgemeester van een gemeente, kunnen rechten worden geheven. Deze rechten worden aangemerkt als gemeentelijke belastingen. Hoofdstuk XV, paragraaf 1 en 4, van de Gemeentewet, is van toepassing. De artikelen 229b en 229c van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

    Artikel 2

  4. Een gemeentelijke belastingverordening ter zake van het heffen van rechten als bedoeld in artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, voor het verrichten van handelingen ten behoeve van de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart, berust vanaf de dag tot welke deze wet terugwerkt op artikel 1.

  5. Artikel 7, tweede lid, van de Paspoortwet en een algemene maatregel van rijksbestuur als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Paspoortwet, hebben mede betrekking op rechten als bedoeld in artikel 1.

  6. In verband met het aanvragen van een Nederlandse identiteitskaart worden geen rechten geheven indien de aanvraag is ingediend in de periode vanaf 9 september 2011 tot de dag tot welke deze wet terugwerkt.

    Artikel 3

    Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dag na de datum van indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer.”

  7. In de Memorie van Toelichting bij de reparatiewet (Kamerstukken II 2011-2012, 33011, nr. 3) is – voor zover van belang – het navolgende opgenomen.

    “Op dit moment hebben de gemeenten verordeningen vastgesteld, gericht op het heffen van leges voor (onder meer) het aanvragen van een identiteitskaart. Dat zijn verordeningen ter zake van het heffen van rechten als bedoeld in artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet. Het eerste lid voorziet er in dat die verordeningen (althans voor zover ze betrekking hebben op het verrichten van handelingen ten behoeve van de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart) vanaf de dag tot welke de wet terugwerkt, berusten op artikel 1. Dat betekent dat de desbetreffende bepalingen van de bestaande gemeentelijke verordening zonder aanpassing een grondslag bieden voor het heffen van de in die verordening gespecificeerde bedragen in...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT