Hoger beroep van Gerechtshof Arnhem, 18 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:18 december 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem
SAMENVATTING

Veroordeling moord op echtgenote tot 10 jaar gevangenisstraf. Sprake van voorbedachte raad, geen contra-indicaties.

 
GRATIS UITTREKSEL

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-003089-12

Uitspraak d.d.: 18 december 2012

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van

5 juli 2012 in de strafzaak tegen

verdachte

geboorteplaats en datum

verblijfplaats

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 december 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr W.J. Ausma, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 29 november 2011 in de gemeente Arnhem en/of te Nijmegen opzettelijk en met voorbedachten rade W. (zijnde zijn, verdachtes, echtgenote) van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, die W. één of meermalen met een (honkbal)knuppel, althans een soortgelijk voorwerp, op haar hoofd en/of lichaam heeft geslagen en/of een kussen op het hoofd van die W. heeft gedrukt en/of gedrukt heeft gehouden, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden;

subsidiair:

hij op of omstreeks 29 november 2011 in de gemeente Arnhem en/of te Nijmegen opzettelijk W. (zijnde zijn, verdachtes, echtgenote) van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk die W. één of meermalen met een (honkbal)knuppel, althans een soortgelijk voorwerp, op haar hoofd en/of lichaam heeft geslagen en/of een kussen op het hoofd van die W. heeft gedrukt en/of gedrukt heeft gehouden, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de voorbedachte raad, nu er contra-indicaties zijn tegen het aannemen van voorbedachte raad. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het subsidiair ten laste gelegde (doodslag) kan worden bewezenverklaard.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gesteld dat sprake is van voorbedachte raad en dat geen contra-indicaties bestaan. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde (moord).

Overweging met betrekking tot het bewijs

Op 29 november 2011 omstreeks 2.20 uur kwam bij de centrale meldkamer van de politie de melding binnen van een man, genaamd V. die vertelde dat hij zijn vrouw gedood zou hebben en dat hij zijn kinderen bij de buren had ondergebracht. Ter plaatse in de woning is W. liggend op bed in de slaapkamer aangetroffen met een kussen op haar hoofd. Zij is met spoed overgebracht naar het UMC Nijmegen, waar zij diezelfde dag aan haar verwondingen kwam te overlijden.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep op 4 december 2012 verklaard dat hij met zijn vrouw in bed lag en dat hij heeft geprobeerd om te slapen. Hij was aan het piekeren en woelen. Er waren huwelijksproblemen en hij piekerde over hoe de toekomst eruit zou zien, dat die onzeker was, onduidelijk. Hij ging op de rand van het bed zitten. Hij kan niet zeggen hoelang hij daar heeft gezeten. Hij heeft de honkbalknuppel die naast hem stond gepakt en hij is om het bed heen gelopen naar zijn vrouw. Daarna heeft hij zijn vrouw meerdere keren geslagen met de honkbalknuppel. Ze riep: J. nee, J. nee. De jongste dochter is hierop wakker geworden en bij verdachte gaan staan. Verdachte is hierop met haar en zijn andere twee dochters naar beneden gelopen. Hij heeft de buitendeur opengedaan na het alarm er met de code vanaf gehaald te hebben. Bij de buren heeft hij aangebeld en op het moment dat de deur openging, heeft hij zijn kinderen naar voren geduwd. Hij is heel snel teruggerend naar zijn huis, naar boven. Daar heeft hij een kussen op het hoofd van zijn vrouw gedrukt. Nadat hij het kussen op haar hoofd heeft gedrukt en gehouden, dacht hij dat ze dood was. Hij is naar beneden gegaan en hij heeft 112 gebeld.

Hetgeen verdachte heeft verklaard stemt overeen met zijn eerder bij de politie afgelegde verklaring en met zijn verklaring afgelegd ter terechtzitting bij de rechtbank...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT