Hoger beroep van Gerechtshof Leeuwarden, 20 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:20 december 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof Leeuwarden
SAMENVATTING

Salduz. Verhoor niet-aangehouden verdachte op het politiebureau na betrapping op heterdaad. Recht op raadplegen raadsman. Vraag of de bij de politie afgelegde verklaring kan worden gebezigd in de ontnemingszaak. Het hof houdt het er in deze zaak voor dat veroordeelde verontschuldigbaar in het ongewisse was van zijn specifieke strafprocessuele positie als niet-aangehouden verdachte. Dit maakt dat... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000735-12 (ontneming)

Uitspraak d.d.: 20 december 2012

TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 2 november 2010 in de ontnemingszaak tegen

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1977],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 27 september 2012 en 22 november 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 280.274,- met oplegging van de verplichting tot betaling van dat bedrag. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door veroordeelde en zijn raadsman, mr. K. Kok, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep wegens proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De veroordeelde is bij arrest van dit hof van 11 oktober 2012 (parketnummer 24-002672-10 terzake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een straf. Deze bewezenverklaring luidt, dat:

  1. hij op 2 september 2008 te [plaats], gemeente [gemeente], opzettelijk heeft geteeld, (in een pand aan [straat]) een hoeveelheid hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

  2. hij op of omstreeks 02 september 2008 te [plaats], gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, toebehorende aan Essent Netwerk BV.

Vordering

De inleidende schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot schatting van het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel op € 280.274,- en tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat bedrag.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het door veroordeelde wederrechtelijk...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT