Hoger beroep van Gerechtshof Arnhem, December 18, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/12/18
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem
SAMENVATTING

(Ex-)samenlevers, gemeenschap, woning, uitsluitingsclausule

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Nevenzittingsplaats Arnhem

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.084.926

(zaaknummer rechtbank 267833)

arrest van de vierde kamer van 18 december 2012

in de zaak van

[de man],

wonende te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. C.H.M. van Oosterhout,

tegen:

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. C.A.Th. Philipsen,

en

De Coöperatie Coöperatieve Rabobank Amersfoort en omstreken U.A.,

gevestigd te Amersfoort,

geïntimeerde,

advocaat: mr. F.A.M. Knüppe.

Appellant zal hierna “de man” worden genoemd

Geïntimeerde sub 1 zal hierna “de vrouw” worden genoemd, en geïntimeerde sub 2 “de bank”.

  1. Het geding in eerste aanleg

    Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van

    7 oktober 2009, 17 maart 2010 en 22 december 2010 die de rechtbank (rechtbank Utrecht, sector handels- en familierecht) tussen de man als eiser en de vrouw en de bank als gedaagden heeft gewezen.

  2. Het geding in hoger beroep

    2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

    - de dagvaarding in hoger beroep d.d. 21 maart 2011,

    - de memorie van grieven,

    - de memories van antwoord.

    2.2 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

  3. De vaststaande feiten

    Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.10 van het (bestreden) vonnis van 22 december 2010.

  4. De motivering van de beslissing in hoger beroep

    4.1 De man komt in hoger beroep tegen:

    - het vonnis van 7 oktober 2009 in het incident tot tussenkomst, waarin de rechtbank de bank heeft toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen;

    - het (tussen)vonnis van 17 maart 2010, waarbij de rechtbank een comparitie van partijen heeft bepaald (dit laatste wordt “meegenomen in de grieven” tegen het eindvonnis);

    - het eindvonnis van 22 december 2010. In dit vonnis heeft de rechtbank in de zaak tussen de man en de vrouw de vorderingen van de man afgewezen en in de tussenkomst vastgesteld dat de overwaarde van de verkoopopbrengst van de gezamenlijke woning van de man en de vrouw aan ieder van hen voor de helft toekomt, de man en de vrouw veroordeeld te gedogen dat notariskantoor van den Eijnden en Koster notarissen € 30.968,89 vermeerderd met de daarover gekweekte rente uitkeert aan de bank, het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde afgewezen, en in beide zaken de proceskosten gecompenseerd, ook die in de interventie, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

    Tussenkomst

    4.2 De vierde grief van de man is gericht tegen de toewijzing van de tussenkomst door de bank. Artikel 217 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) bepaalt dat ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen. Voor tussenkomst is vereist een belang van de tussenkomst vorderende partij om benadeling of verlies te voorkomen van een hem toekomend recht, dat bedreigd wordt door het hangende geding en voor het behoud waarvan zijn optreden in het geding nodig is. In overeenstemming met deze maatstaf is dit belang in de regel ook aanwezig wanneer degene, die volgens de tussenkomst vorderende partij zijn schuldenaar is, door een derde wordt aangesproken tot voldoening van de desbetreffende vordering.

    4.3 Niet weersproken is dat de vrouw aan de bank een pandrecht heeft verstrekt op haar aanspraken uit hoofde van de koopakte d.d. 30 augustus 2008 tussen [de man] en [de vrouw] (verkopers) en [koper 1] en [koper 2] (kopers) van de verkoop van de woning gelegen aan de [adres] te [plaats] en de aan deze vordering(en) verbonden rechten en zekerheden en dat de bank jegens de vrouw op haar aandeel in de verkoopopbrengst die op de derdenrekening van de notaris staat en waarop door de man conservatoir beslag is gelegd aanspraak wenst te maken. Reeds op grond hiervan heeft de bank belang bij tussenkomst. Dat mogelijk aan de vrouw geen deel van die overwaarde meer zal toekomen doet aan het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT