Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Haarlem, December 14, 2012

Sprekergepubliceerd
Datum uitspraak2012/12/14
Uitgevende instantie:Rechtbank Haarlem

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/973035-11

Uitspraakdatum: 14 december 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 29 november 2012 en 30 november 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] (Joegoslavië),

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag Hoorn, locatie Zwaag.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mr. J. Plooij en mr. A.J. van Dooren en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. I.J.K. van der Meer, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

  1. Tenlastelegging

    Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering en na toegestane wijziging van de tenlastelegging ex artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

    Feit 1:

    hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 augustus 2008 tot en met 04 oktober 2011, te Amsterdam en/of Nieuwegein en/of Leiderdorp en/of Den Haag en/of Rotterdam, althans (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich (meermalen althans eenmaal) schuldig heeft gemaakt aan witwassen, althans schuldwitwassen,

    immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) in of omstreeks de navolgende periode en/of op of omstreeks (één of meer van) de navolgende tijdstippen (telkens) één of meer hierna te noemen geldbedragen, althans enig geldbedrag, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen, te weten:

    l. een (aanzienlijk) aantal (contante) geldbedragen van (ongeveer) in totaal 5.030.092 euro in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 4 oktober 2011 en/of

  2. een (contant) geldbedrag van (ongeveer) 90.000 euro (op of omstreeks 9 september 2011) en/of

  3. een (contant) geldbedrag van (ongeveer) 189.900 euro (op of omstreeks 29 september 2011), en/of

  4. een (contant) geldbedrag van (ongeveer) 23.000 euro (op of omstreeks 03 oktober 2011), en/of

  5. een (contant) geldbedrag van (ongeveer) 10.000 euro (op of omstreeks 03 oktober 2011), en/of

  6. een (contant) geldbedrag van (ongeveer) 1655 euro (op of omstreeks 03 oktober 2011), en/of

  7. een (contant) geldbedrag van (ongeveer) 1800 euro (op of omstreeks 03 oktober 2011), zulks (telkens) terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

    Feit 2:

    PRIMAIR

    hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 maart 2007 tot en met 04 oktober 2011 te Breda en/of Den Haag en/of Rotterdam, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, een factuur op naam van [bedrijf verdachte], met de vermelding "verkoper M.A.", ziende op de verkoop van meer dan 5000 mobiele telefoons, met de koopsom 371.593,00 euro - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) in strijd met de waarheid die factuur gedateerd op 18 maart 2007, terwijl de op die factuur genoemde telefoontoestellen toen nog niet op de markt waren en/of het bedrijf [bedrijf verdachte] toen niet bestond, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

    SUBSIDIAIR

    hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 maart 2007 tot en met 04 oktober 2011 te Breda en/of Den Haag en/of Rotterdam, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste factuur op naam van [bedrijf verdachte], met de vermelding "verkoper M.A.", ziende op de verkoop van meer dan 5000 mobiele telefoons, met de koopsom 371.593,00 euro - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - en/of opzettelijk die valse of vervalste factuur heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst,

    bestaande de valsheid of vervalsing van die factuur hierin dat zij in strijd met de waarheid was gedateerd op 18 maart 2007, immers waren de op die factuur genoemde telefoontoestellen toen nog niet op de markt en/of bestond het bedrijf [bedrijf verdachte] toen niet en/of

    bestaande dat gebruik maken en/of afleveren hierin dat hij en/of één of meer van zijn mededader(s) die factuur aan een derde heeft gegeven of doen toekomen.

  8. Voorvragen

    De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

  9. Inleiding

    Aanleiding onderzoek

    In maart 2011 is het onderzoek Warnow gestart, waarbij doorgerechercheerd is op restinformatie uit eerdere onderzoeken. Onder leiding van het Landelijk Parket richtte dit onderzoek zich op personen die zich vermoedelijk bezighielden met de handel in verdovende middelen, te weten hasj uit Marokko. Via afgeluisterde telefoongesprekken kwamen meerdere mogelijk betrokken personen in beeld, onder wie [medeverdachte 1]. Deze informatie vormde aanleiding het onderzoek voort te zetten onder de naam Warnow II.

    Op grond van opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken, sms-berichtenverkeer, observaties en inbeslagnames van partijen hasj is het vermoeden ontstaan dat [medeverdachte 1], behalve dat hij grotere partijen hasj aankoopt in Marokko met de bedoeling deze te importeren in Nederland, voor het betalen van de aangekochte partijen gebruik maakt van een underground banking organisatie. Ook zijn neef, [medeverdachte 2] is hierbij betrokken. Zo is op 9 september 2011 een eerste geldoverdracht in beeld gekomen, die zou zijn georganiseerd door [medeverdachte 1] en waarbij voorafgaand aan de overdracht door een Marokkaanse man die [betrokkene 1] wordt genoemd een telefoonnummer wordt doorgegeven van een persoon met wie de afspraak gemaakt moet worden een geldbedrag in Nederland over te dragen waarna [betrokkene 1] zorg zal dragen voor het ter beschikking stellen van de tegenwaarde daarvan (in dirhams) in Marokko. Bij het afluisteren van telefoongesprekken is ook verdachte in beeld gekomen.

  10. Bewijs

    4.1. Standpunt van de officier van justitie

    De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 (met uitzondering van het geldbedrag van € 1.800,-) en 2, primair, ten laste gelegde feiten.

    4.2. Partiële vrijspraken

    De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen verdachte onder 1 ten aanzien van het geldbedrag van € 1.800,- ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

    Voorts is de rechtbank van oordeel dat op grond van de stukken in het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting niet is bewezen dat het bij verdachte in de kluis van zijn winkel aangetroffen geldbedrag van € 10.000,- – onmiddellijk of middellijk – afkomstig is uit enig misdrijf. Verdachte moet derhalve ook van het witwassen van dit geldbedrag worden vrijgesproken.

    4.3. Redengevende feiten en omstandigheden

    Feit 1 sub 1: witwassen € 5.030.092,- in de periode 1 augustus 2008 – 4 oktober 2011

    Redengevende feiten en omstandigheden

    Op 3 oktober 2011 zijn in de woning van [verdachte] aan de [adres 1] te Rotterdam tal van stortingsbewijzen aangetroffen[1]. Daarnaast is op 12 oktober 2011 in de garagebox van [verdachte] aan de [adres 2] te Rotterdam een zak met stortingsbewijzen aangetroffen[2]. Uit deze stortingsbewijzen blijkt dat [verdachte] in de periode van 1 augustus 2008 tot en met september 2011 contante geldbedragen van in totaal € 5.030.092,- op zijn bankrekeningen heeft gestort.[3]

    [Verdachte] heeft verklaard dat hij een bedrijf heeft dat in mobiele telefoons handelt, [bedrijf verdachte], en dat de gestorte bedragen afkomstig zijn uit de verkoop van mobiele telefoons. Het gaat om contante bedragen, omdat de meeste van zijn klanten contant betalen, hetgeen in deze branche volgens [verdachte] gebruikelijk is. [Verdachte] heeft voorts verklaard dat alle contante betalingen in zijn boekhouding worden verantwoord[4].

    Uit de boekhouding van [verdachte] volgt dat hij in 2008 een omzet zou hebben gehad van € 9.621,87. In dat jaar is echter in totaal een bedrag van € 62.615,- op zijn bankrekening (en die van zijn echtgenote) gestort. In 2009 zou verdachte op grond van zijn administratie een omzet hebben gehad van € 786.284,80. Zijn contante en girale omzet betrof dat jaar echter € 174.527,81 (€ 126.120,- plus € 48.407,81). De geboekte omzet is dus € 611.756,19 hoger dan de gezamenlijke contante en girale inkomsten. In 2010 was de geboekte omzet (€ 1.689.852,50) wederom meer dan € 600.000,- hoger dan het totaal van girale omzet (€ 380.363,81) en contante stortingen (€ 557.190,-). In de periode 1 januari 2011 tot en met 30 juni 2011 bedroeg het verschil tussen de geboekte omzet (€ 4.761.225,44) en contante stortingen (€ 2.698.367,00) meer dan € 2.000.000,- . In die periode was er geen sprake van girale omzet.[5]

    Voorts is uit onderzoek het volgende naar voren gekomen:

    - In 2008 zijn op de bankrekeningen van [verdachte] en zijn echtgenote contante stortingen gedaan voor een bedrag van ruim € 60.000,-, terwijl zij beiden dat jaar een bijstandsuitkering ontvingen en de omzet van [bedrijf verdachte] slechts € 9.621,87 bedroeg.[6]

    - Geen van de contante stortingen op de bankrekeningen van [verdachte] zijn te herleiden tot specifieke...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT