Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank 's-Hertogenbosch, 21 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:21 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

Intrekking en weigering exploitatievergunning coffeeshop. OM-tip. Zakelijk samenwerkingsverband. Structurele overschrijding handelsvoorraad. Verweerder heeft terecht geweigerd aan een coffeeshop een vergunning te verlenen en heeft de bestaande vergunning terecht ingetrokken op de grond dat er ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/1821

uitspraak van de meervoudige kamer van 21 december 2012 in de zaak tussen

[naam A], handelend onder de naam Snooker Ontspanningscentrum,

[[naam E],

te Eindhoven, eisers,

(gemachtigden: mr. F.A. Pommer en prof. mr. E. Steyger),

en

de burgemeester van de gemeente Eindhoven, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Kepers).

Procesverloop

Bij besluit van 21 mei 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder geweigerd aan

[naam A] een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2.3.1.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven 2010 (APV) te verlenen voor een horecabedrijf, zijnde een coffeeshop, met de handelsnaam “Snooker Ontspanningscentrum” (Snooker) en heeft verweerder de bestaande exploitatievergunning ingetrokken.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt.

Op verzoek van eisers en met instemming van verweerder hebben partijen de bezwaarprocedure overgeslagen en heeft verweerder het bezwaarschrift doorgezonden aan de rechtbank om als beroepschrift te worden behandeld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 10 september 2012 heeft verweerder de rechtbank verzocht te bepalen dat uitsluitend de rechtbank kennis zal mogen nemen van het door hem ingezonden

Bibob-advies van 4 juli 2011 (advies).

Bij beslissing van 10 september 2012 heeft de rechtbank bepaald dat beperking van de kennisneming van het Bibob-advies gerechtvaardigd is.

Bij brief van 10 september 2012 hebben eisers de rechtbank toestemming verleend mede op grondslag van het advies uitspraak te doen. Hierbij hebben eisers tevens overgelegd aantekeningen van de mondelinge toelichting van het door eisers ingediende verzoek om een voorlopige voorziening.

Bij brief van 12 september 2012 heeft verweerder twee bijlagen van het advies (een lijst met geraadpleegde bronnen en het wettelijke kader) toegezonden aan de rechtbank. De rechtbank heeft deze bijlagen doorgezonden aan eisers.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 september 2012. Aldaar waren aanwezig eiser [naam A], bijgestaan door zijn gemachtigden, en de gemachtigde van verweerder. Aan de zijde van eisers was tevens aanwezig de accountant van de coffeeshop [naam B], van ETS zakelijke dienstverlening.

Overwegingen

  1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

  2. [naam A] drijft Snooker volgens het handelsregister sinds 1 augustus 2001.

  3. In de door eisers aangeleverde akte van commanditaire vennootschap van

    30 december 2002 staat [naam A] vermeld als vennoot sub 1, [naam C] als commanditair vennoot sub 2 en [naam D] als commanditair vennoot sub 3. Voorts staat in die akte dat het doel van de overeenkomst is het gezamenlijk exploiteren van coffeeshops, dat door vennoot sub 1 is ingebracht het vermogen zoals opgenomen in de openingsbalans, dat door de vennoten sub 2 en sub 3 is ingebracht hun kennis en zakelijke relaties, dat door vennoot sub 1 verder is ingebracht de vergunningen tot het drijven van een coffeeshop en dat het jaarlijkse bedrijfsresultaat van de vennootschap als volgt wordt verdeeld: vennoot sub 1 ontvangt een vast winstaandeel van 10% van de jaarwinst en de vennoten sub 2 en 3 ontvangen een winstaandeel van ieder 45% van de jaarwinst. [naam A] (vennoot sub 1) heeft € 4.310,00 en de beide andere vennoten hebben ieder € 5.000,00 in de commanditaire vennootschap ingebracht.

  4. Sinds 2010 is [naam D] uit de commanditaire vennootschap getreden. Het winstaandeel van [naam D] is overgegaan op [naam C]. De winstverdeling is sinds de wijzigingsakte van

    5 november 2010 zodanig dat [naam A] 10% en [naam C] 90% van de winst krijgt.

  5. [naam C] wordt bestuurd door [naam E].

  6. Op 4 april 2008 heeft verweerder aan [naam A] een exploitatievergunning verleend.

  7. Op 1 december 2010 heeft [naam A] ten behoeve van Snooker een aanvraag ingediend ter verkrijging van een exploitatievergunning. Bij deze aanvraag heeft [naam A] vermeld wie leidinggevenden zijn binnen Snooker.

  8. Verweerder heeft op 3 januari 2011 van de officier van justitie bericht ontvangen, waarin deze hem op grond van artikel 26 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) heeft gewezen op de mogelijkheden om aan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bureau Bibob) een advies te vragen over Snooker. Verweerder heeft [naam A] hierover op 28 januari 2011 bericht.

  9. Op 14 maart 2011 heeft [naam A] een nieuwe aanvraag ingediend ter verkrijging van een exploitatievergunning en de aanvraag van 1 december 2010 ingetrokken. Op die nieuwe aanvraag staan dezelfde leidinggevenden vermeld met uitzondering van de echtgenote van [naam E].

  10. Bij brief van 7 april 2011 heeft de officier van justitie verweerder op grond van artikel 26 van de Wet Bibob gewezen op de mogelijkheden om aan het Bureau Bibob een advies te vragen over Snooker. Bij brief van 18 april 2011 heeft verweerder [naam A] hierover geïnformeerd.

  11. Op 29 april 2011 heeft [naam A] het Algemeen vragenformulier op grond van artikel 30 van de Wet Bibob ingevuld en ondertekend.

  12. Bij brief van 3 mei 2011 heeft verweerder [naam A] bericht dat hij het Bureau Bibob bij brief van 3 mei 2011 heeft verzocht om een advies uit te brengen.

  13. Bij het advies (van 4 juli 2011) heeft het Bureau Bibob geconcludeerd dat er een ernstig gevaar bestaat dat de gevraagde beschikking mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten en om strafbare feiten te plegen.

  14. Bij brief van 7 november 2011 heeft verweerder eisers meegedeeld voornemens te zijn de aangevraagde exploitatievergunning te weigeren en de bestaande exploitatievergunning in te trekken.

  15. Bij brief van 19 januari 2012 hebben eisers hun zienswijze op dit voornemen naar voren gebracht.

  16. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de aangevraagde exploitatievergunning geweigerd en de bestaande exploitatievergunning ingetrokken op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel a en onderdeel b, van de Wet Bibob. Verweerder heeft zich daarbij gebaseerd op het advies en op eigen onderzoek.

  17. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kennis genomen van het advies.

  18. Eisers hebben aangevoerd dat de besluitvormingsprocedure niet juist is en in strijd met de Wet Bibob en de Awb is doorlopen. Om die reden mag verweerder het advies niet ten grondslag leggen aan het bestreden besluit. Eisers vragen zich af waar de tip van de officier van justitie vandaan kwam en of er daadwerkelijk wel een tip is ontvangen. Voor zover de officier van justitie al een tip had gegeven, heeft verweerder ten onrechte advies gevraagd aan het Bureau Bibob. In ieder geval heeft verweerder niet gemotiveerd waarom hij het advies heeft gevraagd, terwijl verweerder bovendien met toepassing van artikel 4:84 van de Awb gebruik had moeten maken van zijn inherente afwijkingsbevoegdheid om geen advies te vragen. Er bestond voldoende aanleiding om voor minder ingrijpende maatregelen te kiezen dan het vragen van een Bibob-advies. Over deze beroepsgrond overweegt de rechtbank als volgt.

  19. Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Wet Bibob kan, voor zover hier relevant, een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf, door de burgemeester, voorzover het een krachtens het tweede lid aangewezen inrichting of bedrijf betreft, worden geweigerd dan wel ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.

  20. Ingevolge artikel 7, derde lid, van de Wet Bibob kan, voor zover hier relevant, de burgemeester voordat een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, het Bureau om een advies vragen.

  21. Ingevolge artikel 26 van de Wet Bibob kan de officier van justitie die beschikt over gegevens die er op duiden dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds gepleegd zijn of, naar redelijkerwijs op grond van feiten of omstandigheden kan worden vermoed, gepleegd zullen worden, het bestuursorgaan of de aanbestedende dienst wijzen op de wenselijkheid het Bureau om een advies te vragen.

  22. De rechtbank stelt voorop dat verweerder, ook los van aanwijzingen van de officier van justitie, de bevoegdheid heeft ter zake van een exploitatievergunning als hier aan de orde advies te vragen aan het Bureau Bibob. Verweerder heeft uiteengezet dat hij, indien een vergunningaanvraag niet wordt geweigerd op basis van slecht levensgedrag of zedelijkheidseisen, het dossier doorstuurt naar de infodesk van de politie. Vervolgens vindt overleg plaats met de officier van justitie en aldus wordt bepaald of deze hem al dan niet op grond van artikel 26 van de Wet Bibob een OM-tip geeft. In hetgeen eisers hebben aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanknopingspunt voor de conclusie dat deze handelwijze onjuist is (vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 13 juni 2012, LJN: BW8132). De Wet Bibob noch het subsidiariteitsbeginsel verzet zich tegen de handelwijze dat verweerder de officier van justitie op de hoogte stelt van een aanvraag als hier aan de orde. Het is vervolgens aan de officier van justitie of hij verweerder wijst op de mogelijkheid advies te vragen aan het Bureau Bibob. Verweerder heeft voorts uiteengezet dat de officier van justitie hem zowel met betrekking tot de aanvraag van 1 december 2010 als met betrekking tot de aanvraag van 14 maart 2011 heeft gewezen op de mogelijkheden om aan het Bureau Bibob een advies te vragen over Snooker. Voor het oordeel dat verweerder hierover geen bericht van de officier van justitie heeft ontvangen, bestaat geen grond. Verweerder komt beoordelingsruimte toe bij de vraag of hij al dan niet advies vraagt aan het Bureau Bibob. Verweerder heeft uiteengezet dat hij, indien hij op grond van artikel 26 van de Wet Bibob door de officier van justitie wordt gewezen op de mogelijkheid een advies...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT